Ik hoor je wel, maar ik zie je niet

Standaard
Image credit: Becky

Het succes van leerlingparticipatie hangt af van leerkrachtparticipatie: ruimte willen geven aan leerlingen en dus ook werkelijk geïnteresseerd zijn in hun persoon, behoeften en verhalen. Het gaat daarnaast niet alleen om de stem van de leerling, maar ook om de stem van de leerkracht. We moeten ruimte nemen om kinderen te kunnen leren hóe ze hun stem dan goed kunnen gebruiken: weloverwogen, onderbouwd en respectvol.

De taak van de leerkracht: wie ben ik?

Als ik werkelijk de stem van mijn leerlingen op MIJN verzoek wil horen, moet ik weten wat ik wil vragen en waarom. Als ik wil weten wat ik wil vragen en waarom, moet ik weten wat ik wil bereiken. Als ik wil weten wat ik wil bereiken, moet ik mijn doelen scherp hebben. Als ik mijn doelen scherp wil krijgen, moet ik kennis hebben. Als ik kennis wil hebben, moet ik observeren, gesprekken voeren, nadenken, lezen en reflecteren.

Als ik mijn bevindingen dan wil interpreteren, begrijpen en gebruiken, moet ik weten wie ik ben en welke waarden belangrijk voor mij zijn, want ik kijk door mijn eigen gekleurde bril.

De taak van de leerling: wie ben ik?

Als ik werkelijk de stem van mijn leerlingen op HUN verzoek wil laten horen, moeten ook zíj weten wat ze willen vertellen en waarom. Ook zij moeten hun doelen scherp hebben. Er is dan kennis nodig om te weten wat er nog te ontdekken en te leren valt. Leerlingen moeten dus kennis vergaren om te weten wat ze eigenlijk met hun stem willen dóen. Ook leerlingen moeten weten wie zij zijn en wat hun waarden zijn, om te weten wanneer en waarom ze hun stem willen laten horen. Ze moeten weten wanneer het voor hen écht belangrijk is en essentieel dat er naar ze geluisterd wordt of dat ze mee mogen beslissen.

De gedeelde verantwoordelijkheid: wie zijn wij?

Als leerlingen hun stem moeten leren gebruiken, dan is de stem van de leerkracht voor leerlingparticipatie dus essentieel. Een stem die kinderen leert en helpt te leren hoe de wereld in elkaar zit en welk belangrijk deel ze daarvan uit maken. Een stem die benadrukt dat ze een wereldburger zijn en samen leven met anderen. Een stem die beaamt dat ze inderdaad belangrijke kinderrechten hebben en hun mening mogen laten horen, maar die ze er ook bewust van maakt dat alle kinderen van de wereld daar net zoveel recht op hebben. Een stem die zorgt dat dit bewustzijn verankerd zit in het kind, waardoor dat kind – wanneer het dan de mogelijkheid krijgt om zijn stem te laten horen – óók weet dat hij verantwoordelijk is voor zijn stemgeluid en deze vervolgens met een respectvol geluidsniveau laat klinken.

Kortom, de stem van de leerkracht vertelt hoe het kind zijn stem kan gaan gebruiken en welke kennis daarvoor nodig is, alvorens de stem ook serieus gehoord zal worden.

Want hun stem moet wél serieus genomen worden. Het mag geen trucje zijn. Geen schijnstem. Geen schijnparticipatie. En wanneer leerlingen dan hun stem werkelijk kunnen en ook mogen laten horen, dienen wij ook te luisteren; écht luisteren en écht nieuwsgierig zijn. We dienen dan ook duidelijk te zijn. Leerlingen hebben er recht op om te weten met welk doel hun participatie gevraagd wordt en wat er met hun stem gedaan wordt. Ze moeten hiervan van tevoren op de hoogte gesteld worden, om teleurstellingen te voorkomen. Want het gaat niet slechts om de mogelijkheid van het geven van een stem, het gaat om wat we met hun stem ook daadwerkelijk gaan doen of wat juist niet haalbaar is en waarom dan.

Ik hoor je wel en ik zíe je ook

Willen wij in ons onderwijs beide stemmen ten gehore brengen, met leraar en leerling als partners, dan moeten wij elkaar zien en de ruimte geven. Wij moeten met elkaar in gesprek over het belang van beide stemmen. Daarvoor hebben wij allen kennis nodig. Kennis van de wereld, van onszelf en van elkaar. We moeten open staan voor de ander en vertrouwen hebben in elkaar. Dan nemen wij allen onze verantwoordelijkheid en hebben we respect voor elkaar: de basis van onze democratische samenleving. De basis van onze minimaatschappij de basisschool. We doen het zelf en we doen het samen. Een duet, een tweestemmig samenzang, waarbij we waken voor valse noten.

Deze blog is geschreven na mijn mooie ervaringen als dagvoorzitter van het symposium Stem van de leerling, 20 november 2014.

Advertenties

Teacher: show yourself!

Standaard
Image credit: Jenny Downing

Een van de onderwerpen op het Lerarencongres was het veelbesproken Lerarenregister. In 2017 zijn alle leraren verplicht zich hierin te registeren en via deze weg hun professionele ontwikkeling aan te tonen. Verplicht. Nou nét dat ene woord weer, dat bij veel leraren direct weerstand oproept. En dat is zonde, want het Lerarenregister kan óók een kans zijn. Een kans om onze beroepsgroep te versterken. Door onze professionalisering in kaart te brengen, worden we samen sterker.

Recht op goed onderwijs

Het register is een kans om te laten zien dat je een professional bent. De professional die zich blijft ontwikkelen, omdat onze maatschappij verandert. De professional die weet dat zijn onderwijs mee moet groeien, want je bereidt je leerlingen voor op de toekomst. Dan kun je dus niet stil blijven staan. Sterker nog, je bent het verplicht aan je leerlingen, om je te ontwikkelen. Ze hebben recht op de leraar die weet wat er speelt en die actief op zoek gaat naar dat wat hij nodig heeft aan nieuwe kennis en vaardigheden om te kunnen blijven omgaan met grote uitdagingen als passend onderwijs. Ze hebben recht op de leraar die nieuwe wetenschappelijke inzichten en theorieën meeneemt in zijn dagelijkse lespraktijk. Zodat ze erop kunnen rekenen dat hun leraar zo goed mogelijk kan aansluiten bij hun behoeften en ontwikkeling. Zodat ze er vanuit kunnen gaan goed en hedendaags onderwijs te krijgen.

In mijn oproep aan de gelukkige leerkracht, vraag ik leraren naar hun passie, kracht, talent. Ik roep ze op om hun deuren open te zetten en te laten zien wie ze zijn en waar ze trots op zijn. Zijn wij namelijk niet gewoon net als onze kinderen? Die het fantastisch vinden om iets te laten zien waar ze trots op zijn? Die groeien van aandacht en alleen maar meer aangemoedigd worden om nog meer te leren en moois te laten zien?

Teacher: show yourself!

Wees trots op jouw ontwikkeling als professional. Laat deze zien aan je directe collega’s, maar ook aan indirecte collega’s. We hebben zo’n mooi beroep. We kunnen samen zoveel meer bereiken en onze beroepsgroep sterker maken en onszelf een duidelijkere stem geven. Dat willen we toch? Dat er naar ons geluisterd wordt? Dat we bottom-up werken en niet top-down? Maar als we dat écht willen, dan moeten we ook onze verantwoordelijkheid nemen. Verantwoordelijk zijn voor onze eigen professionele ontwikkeling. Vragen om díe bij- en nascholing die jij nodig hebt om een betere leraar te worden. Zorgen dat de scholing bij je past.

Want dan ben jij geïnteresseerd; intrinsiek gemotiveerd. Dan wíl jij leren. Dan heb je weer de kennis om je leerlingen en jezelf verder te helpen. En dat betekent meer voldoening, meer werkplezier.

En dan kost het niet veel moeite meer om jouw welverdiende certificaat of diploma onder de scanner te leggen voor het Lerarenregister. Sterker nog, als jij trots bent op dat wat jij geleerd en gepresteerd hebt, dan wil je dat laten zien.  En dat kan dan, onder andere, in het Lerarenregister. Óns register dat een startpunt wordt voor onze manifesterende beroepsgroep. We will show ourselves!

Houd ze scherp!

Standaard
Photo Credit: jstckr via Compfight cc

Ja, wij leerkrachten zijn allemaal druk en moe aan het einde van het schooljaar. Verslagen schrijven, oudergesprekken voeren, musical begeleiden, kamp organiseren, zomerfeest voorbereiden, vergaderen over dit schooljaar, vergaderen over volgend schooljaar, vergaderen over de formatie, vergaderen over de groepsindeling, klas opruimen, nieuw lokaal inrichten en ga zo maar door.

Maar wat is nou eigenlijk écht belangrijk aan het einde van het schooljaar? Dat de léérlingen het jaar goed afronden. Dat ze stilstaan bij wat ze geleerd hebben het afgelopen schooljaar en vooruitkijken naar het volgende. Maar dat ze vooral ook lekker actief blijven, hun hersens laten kraken tot en met de laatste dag. Want daarna staan ze 6 weken ‘stil’.

Natuurlijk staan ze dan niet echt stil. In de vakantie is er veel ruimte voor leren door ervaren en toepassen. Engels en sociale vaardigheden toepassen in het buitenland waar mooie vakantievriendschappen ontstaan. Alleen naar de campingbakker en uitrekenen of je wel genoeg geld terug hebt gekregen voor het stokbrood en de croissants. Dieren en planten herkennen tijdens mooie bergwandelingen. Met de autokaart op de achterbank de route van je  ouders proberen te volgen. Nummerborden lezen en kijken wie als eerste zijn leeftijd of lievelingsgetal voorbij ziet komen. Wegduiken in heerlijke leesboeken op het strand. Kinderen leren veel in de vakantie.

Maar toch. Op school worden er ook andere (denk)vaardigheden van je gevraagd. Laat kinderen die laatste weken niet los, maar zorg voor herhaling van het geleerde of daag ze juist uit. Want we weten allemaal dat ze veel kwijt kunnen zijn na de zomervakantie. Dat de tafels wegzakken, aangeleerde spellingsregels als compleet nieuw worden ervaren (‘Juf, dat heb ik echt nóóit gehad!) of ze werkelijk geen idee meer hebben hoe dat cijferen onder elkaar ook alweer moest (‘Ja, ik moest iets met onthouden doen, geloof ik…maar wát ook alweer?’)

Ik laat mijn leerlingen regelmatig reflecteren op hun eigen ontwikkeling. Ik laat ze tussendoor over hun doelen nadenken. Het einde van het schooljaar is een prachtig moment om dat ook echt eens onder woorden te brengen. De opbrengsten, moeilijkheden en uitdagingen op papier te zetten met een
terug- en vooruitblik. En dit te bewaren als startdocument voor volgend schooljaar: waar was ik trots op en wat was ik ook alweer van plan? Ook de leerkracht en de ouders krijgen een kopie. Zodat we samen een mooie (door)start kunnen maken na die heerlijke zomervakantie!