Leer samen, in verbondenheid

Standaard
Photo Credit: Ervins Strauhmanis via Compfight cc

Wanneer je een dierbare verliest, valt alles even stil. Dan is er even niets meer wat je wil en dan zijn veel dingen even heel onbelangrijk. Je bent je bewust van de essentie van het leven: verbondenheid. Je verbonden voelen met de mensen om je heen, maakt dat je leven inhoud en betekenis heeft. Je bestaat in relatie tot de ander.

“Het menselijke individu kan zich zonder een sociaal leven niet ontwikkelen, de mens leeft van mensen.” (Maria Montessori in De Methode, 1907)

Die verbondenheid is ook waar het écht om draait in ons onderwijs. Verbondenheid zorgt voor wederzijds begrip. Het gevoel verbonden te zijn met de ander, zorgt voor oprechte interesse en nieuwsgierigheid naar de ander, voor acceptatie van de ander; voorwaarden voor een goede relatie. En die goede relatie is een voorwaarde voor goed onderwijs.

In het kind ligt het antwoord

Maria Montessori zag in het kind een onderwijzer. Het kind is het zélf dat resultaten bereikt. Het is het kind zélf dat de antwoorden heeft, dat deskundig is. Maar kinderen zijn zich daar lang niet altijd bewust van. Ze zijn ook lang niet altijd in staat om aan te geven waar ze goed in zijn, wat ze kunnen of waar ze juist behoefte aan hebben. Het is aan óns om het kind de ruimte te geven bij zijn (onderwijs)behoeften te komen, ze te herkennen en te benoemen. Daarvoor moeten wij écht naar ze kunnen luisteren en goede vragen stellen. Dat betekent zonder oordeel, maar met een open houding een gesprek aangaan. Dán is er echt sprake van contact, van verbondenheid. En alleen dán kun je komen tot het antwoord in het kind.

Samen in gesprek

Algemeen bekend is dat open vragen in veel gevallen wenselijker zijn dan gesloten vragen. Toch trappen we vaak in de valkuil en zijn onze vragen meer gesloten en veel suggestiever ook, dan onze bedoeling is. In een kindgesprek gaat het om de positieve benadering, kijkend naar de – voor het kind – wenselijke toekomst: hoe wil je nu verder? Wat of wie heb je nodig? Wat kun je al? Wat gaat al goed? Wat wil je nog leren? Je bent doelgericht, handelingsgericht en oplossingsgericht in gesprek.

Gemakkelijk is het niet. Ruimte geven aan het kind, betekent rustig kunnen observeren. Niet direct interpreteren, maar benoemen wat je bij het kind ziet en aangeven wat dat met jou doet. Bewust zijn van je lichaamstaal, je intonatie, je vraagstelling. Langere stiltes laten vallen, je woorden geteld laten zijn, niet vooruitdenken of gaan invullen, maar enkel het kind volgen. Het kind voelt zich dan gezien en gehoord, voelt zich meer verbonden met jou en zekerder van zichzelf. Vrijer om te durven zeggen wat het zeggen wil en vragen wat het vragen wil. En zo help je het kind het (weer) zelf te doen. Gericht op de toekomst. Samen, in verbondenheid.

Advertenties