Altijd honger

Standaard
Image credit: Adrien Sifre

Wat is het geheim van jouw succes als leraar Femke?

Een mooie vraag die ik kreeg van een van de deeltijdstudenten van de HAN Pabo waar ik onlangs mee in gesprek mocht. Het was een waardevolle avond met een scala aan prachtige uiteenlopende onderwijsthema’s waar de studenten zich in verdiepten: ouderparticipatie, Engels in de kleuterklas, Passend Onderwijs, het ideale schoolgebouw en nog veel meer. Aan mij de eer om overal wat over te zeggen. Daarmee hoopte ik de studenten te inspireren en ze verder te helpen in hun kritisch denkproces over hun onderwerp.

En toen kwam die vraag. Hij kwam niet geheel uit het niets. Hij kwam een beetje aan het einde van de intensieve sessie van 1,5 uur. Het is ook een vraag die ik – zij het in andere woorden – wel vaker heb gekregen als Leraar van het Jaar. Iedereen wil weten waarom nou uitgerekend jij de beste bent, waarop ik elke keer weer opnieuw moet uitleggen dat de verkiezing niet om de beste leraar draait, maar om het promoten van ons beroep. En dat mag dan door een uitverkozen ambassadeur gedaan worden. En die ambassadeur is een goede leraar, natuurlijk niet de beste. Ik denk ook niet dat die bestaat.

Wij hebben namelijk een beroep waarin je nooit uitgeleerd bent. En ook al kun je stellen dat er eigenlijk geen enkel beroep is waarvoor je ooit uitgeleerd raakt, denk ik dat het voor leraren extra belangrijk is om je er bewust van te blijven dat je nooit klaar bent met leren.
Ten eerste omdat je werkt met een doelgroep die telkens anders is; de groep leerlingen die dit jaar wat anders nodig heeft dan vorig jaar, de individuele leerling die vandaag wat anders nodig heeft dan gisteren. Ten tweede omdat je als leraar verplicht bent om het goede voorbeeld te geven aan je leerlingen. Je bent nieuwsgierig, je kunt je verwonderen, je wilt leren over zaken waar je wat minder van af weet, je wilt je verdiepen in zaken waar je onderwijshart sneller van gaat kloppen. Kortom, je blijft werken aan je professionalisering.

Mijn geheim? Ik heb altijd honger. Honger naar kennis. Ik heb leren altijd heel erg leuk gevonden en wil mijzelf blijven voeden met nieuwe inzichten; verkregen door feedback van leerlingen, het lezen van een goed onderwijsboek, het voeren van mooie onderwijsdialogen. Voor mij geldt echt: ik leer, dus ik leef! Stilstaan in mijn ontwikkeling is geen optie. Leidt dat willen leren dan automatisch tot succes? Nee, dat denk ik niet. Het hebben van een nieuwsgierige houding is één, ernaar handelen is de vervolgstap. Ik werk planmatig, doelgericht en zet door. Dat alles vanuit passie voor mijn beroep, vanuit het geloof dat het altijd beter kan. Ik heb inmiddels wel geleerd om ook mijn successen te vieren en te zien en waarderen wat er allemaal goed gaat, op zijn tijd even stil te staan, rust te nemen en te genieten van de resultaten. Om vervolgens mijn knorrende geest weer te horen: tijd voor nieuw onderwijsvoer!

Deze tekst is eerder verschenen als column in magazine De Nieuwe Leraar, 2016, #5

Advertenties

Buiten de lijntjes kleuren

Standaard
Image credit: Steven Depolo

Donderdag 10 september jl. bezocht ik de onderwijsavond van het NIVOZ, de eerste van zes avonden dit schooljaar. Ze inspireren mij altijd, deze waardevolle avonden. Even stilstaan bij je vak, je overtuigingen, je waarden. Stille reflectie, maar ook ruimte voor dialoog, zodat je je overpeinzingen kunt delen en ideeën kunt bijslijpen.
Ik had speciaal zin in deze avond, omdat Mark Mieras zou spreken en ik mooie verhalen had gehoord over deze enthousiaste wetenschapsjournalist en natuurkundige. Hij is gespecialiseerd in hersenonderzoek en als ik dat van tevoren niet had geweten, dan was het me wel meteen duidelijk geworden. Bij binnenkomst viel mijn oog namelijk direct op een brein, liggend op een hoge slanke sokkel, midden in de zaal. Mijn hart maakte een sprongetje. Ik voelde me als een kind aan de start van een kosmische les: nieuwsgierig, vol verwachting en met honger naar nieuwe kennis.

Mijn honger werd gestild. “We hebben een tropisch regenwoud in ons hoofd.” Daar wilde ik natuurlijk meteen het fijne van weten en gelukkig werd mijn leerbehoefte meteen bevredigd toen Mieras een prachtig minicollege gaf over de 90 miljard hersencellen en biljarden verbindingen in ons hoofd; zoveel als alle blaadjes in het Amazonegebied. Ik hing aan zijn lippen die avond. Hij vertelde enthousiast, legde ingewikkelde materie eenvoudig uit, maakte ons aan het lachen, zette ons aan het werk, liet ons ervaren wat voor spel onze hersens kunnen spelen.

Mieras stelde ook een aantal misverstanden aan de kaak. Zoals het idee dat kinderen voorgeprogrammeerd zouden zijn om allerlei kennis in verschillende laatjes te stoppen. Kinderen worden echter geboren met een gereedschapskist om zichzelf in elkaar te zetten. En de tools die daarvoor nodig zijn, zijn ervaringen. Veel en gevarieerde ervaringen die ervoor zorgen dat de hersenen blijvend aangesproken worden. Want, zo zegt Mieras, in het brein is het een zaak van ‘meedoen of eruit liggen’. Daarmee doelt hij op de hersenverbindingen die aangesproken moeten blijven worden, anders vallen ze weg.

Wij leraren moeten ervoor zorgen dat we kinderen de ruimte geven voor het verkrijgen van hun tools, hun ervaringen. De school is een belangrijke plek waar kinderen kunnen bouwen aan hun systeem. Daarbij benadrukt Mieras dat het niet gaat om downloaden op de harde schijf, maar zelf intensief betrokken zijn bij het leerproces. Kinderen zijn kleine wetenschappers. Ze leren door bewust en onbewust stellen van hypotheses die ze al van baby af aan onderzoeken door dingen uit te proberen en daar vervolgens van te leren. Het brein zorgt goed voor zichzelf, aldus Mieras. Het is altijd op zoek naar de afwijkingen, zodat het daardoor kan leren en inzichten kan vergroten.

Dan moeten wij leraren buiten de lijntjes durven kleuren. We moeten durven loslaten, fouten maken en het vooral níet durven weten.
Daarin hebben leraren mijns inziens een belangrijke voorbeeldfunctie. Door jezelf kwetsbaar, open en lerend op te stellen, laat je aan kinderen zien wat een basisvoorwaarde voor ontwikkeling is. De nieuwsgierige levenshouding vormt de essentie. Kinderen nieuwsgierig maken lukt het best als ze al een klein beetje weten van het onderwerp, nét genoeg om gemotiveerd te raken méér te willen weten. Kauwen we alles voor – is de kennis eenvoudigweg te downloaden voor kinderen – raken we hun aandacht kwijt. Geven we te weinig input, raken ze bij voorbaat al niet betrokken. Het gaat om het blijven zoeken naar de balans. Om het geven van het juiste lesje op het goede moment, aan de groep, of aan dat ene kind. En dat elke dag weer opnieuw. Jezelf als leraar blijven uitvinden, en daar ook van genieten, dat is de beste leraar, volgens Mieras. Ik ben het roerend met hem eens!

Deze tekst verscheen eerder als column in Montessori Magazine, jaargang 39, nummer 1, nov. 2015

De leerkracht als onderhandelaar

Standaard
Image credit: Aidan Jones

“Montessori onderwijs is onderhandelen, we onderhandelen de hele dag door.”

aldus een leerkracht die geciteerd wordt in het boek En nú: Montessori! van Hendriksen en Pelgrom (2013). En zo is het maar net.

Of misschien toch niet? Menig docent zal het in twijfel trekken. Hoezo, onderhandelen? Ik ben toch zeker zélf de baas in mijn klas? Ik bepaal toch zeker zélf wat er gebeurt, wat er hier geleerd wordt en hoe mijn leerlingen dat moeten doen? Begrijpelijke gedachten, met een kern van waarheid. Want ja, we zijn tenslotte officieel eindverantwoordelijk, we zullen de regie in handen moeten houden en toch moeten voorkomen dat leerlingen een loopje met ons nemen…

Maar leerlingen nemen niet zomaar een loopje met je. Misschien doen ze dat juist wel éérder als je een autoritaire en allesbepalende aanpak hebt. Waarschijnlijk doen ze het óók als je de andere kant uit slaat en een laissez-faire benadering hebt. De sleutel van goed onderwijs ligt natuurlijk in het midden: democratisch onderwijzen, in vrijheid in gebondenheid. Neem de onderwijsbehoeften en feedback van je leerlingen serieus en geef ze een stem. Neem jezelf en jouw onderwijsdoelen en – behoeften serieus en deel ze met je leerlingen. Creëer een open en eerlijke sfeer, waarin het aangeven van behoeften en grenzen normaal is. Bepaal samen wat er nodig is in de klas om tot zinvol leren te komen en laat ook kinderen elkaar aanspreken wanneer het leerproces verstoord wordt.

Hendriksen en Pelgrom spreken over het belang van gehoorzaamheid:

“In de montessoristijl is gehoorzamen in de eerste betekenis erg belangrijk, luisteren naar jezelf, luisteren naar je eigen ontwikkelingskracht.”

Dat geldt voor zowel de leerkracht als het kind. Alleen, voordat je kunt luisteren naar je eigen ontwikkelingskracht, moet je die kracht wél vinden, zien, kunnen en durven inzetten. En dat vinden kinderen – en ook volwassenen – niet altijd eenvoudig. Ze kunnen vaak direct en feilloos aangeven waar ze niet goed in zijn, maar moeten veel langer nadenken over waar ze dan wél goed in zijn. En dat dan ook nog eens hardop benoemen, is nog een volgende stap. Terwijl het zo belangrijk is. Want je talenten kennen en deze durven benoemen, is een voorwaarde voor persoonlijke groei. Het stimuleert je zelfvertrouwen en je durf om nieuwe uitdagingen aan te gaan en vormt jouw stevige basis waarop je terug kunt vallen als het even niet zo meezit.

En wat is hier onze taak als leerkracht dan? Een lichtstraal geven, zou Maria Montessori zeggen. En in dit geval zou ik zeggen: jouw licht laten schijnen op de talenten van de kinderen. Zodat ze zichzelf goed zien, in volledigheid zien en trots kunnen zijn. Dan komt dat zelfvertrouwen vanzelf. Dan komt de ontwikkelingskracht boven drijven. Dan worden ook onderwijsbehoeften helder en eigen en kunnen kinderen eigenaar worden van hun eigen leerproces.

En dat onderhandelen dan? Dat is de vrijheid in gebondenheid. Want zelfs al leren kinderen goed hun ontwikkelingskracht (her)kennen en hun ontwikkelingsbehoeften benoemen, ze zullen altijd een duidelijk onderwijskader nodig hebben dat verduidelijkt waarom leerstof in een bepaalde periode toch doorlopen moet worden (het geheel). Je zult dagelijks onderwijsdoelen moeten benoemen, waardoor benodigde kennis voor leerlingen een logische plek krijgt (de delen). En dus onderhandel je. Je gaat in gesprek. Je luistert naar het kind. En je zult zien: dan luistert het kind ook écht naar jou.