Even stilstaan…en gáán!

Standaard
Image credit: Moyan Brenn

Waarom ben je leraar geworden?
Waarom ben je nu leraar?
Waarom wil je leraar blijven?
Hoe wil je dan leraar blijven?

Wanneer ik – in mijn rol als ambassadeur van de Onderwijscoöperatie [1] –  leraren stil laat staan bij deze vragen, dan wakker ik hun onderwijsvuurtje aan. Even een kijkje in het verleden: wat waren mijn idealen? Even bewust zijn van het nu: is het onderwijs dat wat ik ervan verwacht had en ben ik nog tevreden met mijn leraarschap? Even een blik op de toekomst: Wat betekenen die antwoorden voor het vervolg van mijn loopbaan? Doe ik eigenlijk wel de dingen die ik wil doen? Lukt het mij om ze goed te doen? Wat heb ik nodig om te groeien in mijn beroep?

Toen ik de Pabo (deeltijd verkort) deed, ontdekte ik snel dat mijn missie als leraar was de kinderen zo snel mogelijk zo zelfstandig mogelijk te laten zijn. Ik verdiepte mij in diverse (traditionele) onderwijsvernieuwers, in adaptief onderwijs, in literatuur over zelfstandig leren. Ik ontwikkelde het Leesdossier op de basisschool, waardoor kinderen via lees- en kunstonderwijs zelfstandig leerden plannen. Ik was op de reguliere school altijd op zoek naar hoe ik kinderen kon leren het zelf te doen.

Hoe blij was ik dus ook toen ik de kans kreeg om op een montessorischool te werken waar Maria’s ‘help het mij zelf te doen’ centraal stond. Dat ik meteen ook de gelegenheid kreeg om de montessoriopleiding te doen, was voor mij echt een cadeau. Want ik wilde als leraar het ook zo snel en zo goed montessoriaans mogelijk werken. Wat mij als leraar drijft, hangt voor mij erg samen met hoe ik altijd al wilde werken en leren: zelfstandig.

De montessoriopleiding die ik volgde sloot aan op mijn professionaliseringsbehoefte, op mijn manier van leren. Niet elke week ‘schools’ naar de opleiding, maar enkele intensieve contactmomenten waarop ik veel leerde van mijn opleiders, en daarnaast vooral zélf werken en leren in zelfstandig opererende leerteams binnen de eigen regio. Voor iedereen hetzelfde ‘wat’ (doelen), maar eigenaarschap over het ‘hoe’ (aanpak). Voor mij is dit de juiste manier van scholing: leraren zijn zelf verantwoordelijk voor hun ontwikkeling en leggen daar ook zelf verantwoording over af. Wat wij van de kinderen vragen, moeten we ook van onszelf vragen en mogen opleidingen dus ook van ons vragen.

Waarom ben ik leraar geworden? Omdat ik kinderen iets wilde leren.
Waarom ben ik nu leraar? Omdat ik zelf zoveel van kinderen leer.
Waarom wil ik leraar blijven? Omdat ik wil blijven leren en ons beroep daar bij uitstek geschikt voor is.
Hoe wil ik dan leraar blijven? Door mijzelf regelmatig af te vragen of ik nog een gelukkige leraar ben en of ik nog steeds kan doen wat ik wil doen zoals ik het wil doen. En kan ik dat niet? Dan ga ik op zoek naar hoe ik dat dan wel weer kan bereiken. Ik ben tenslotte zelf verantwoordelijk voor mijn (beroeps)geluk en voor mijn (beroeps)ontwikkeling.

Een van onze belangrijkste taken als leraar is voorleven. En zoals we onze kinderen stimuleren bewust en met aandacht te werken aan hun eigen ontwikkeling, zo mogen we ook onszelf en elkaar stimuleren: regelmatig bewust stilstaan bij je beroep, bij je verwachtingen, bij je behoeften. Even stilstaan…en er dan weer helemaal voor gaan!

[1] We mogen trots zijn op ons beroep. We mogen ons professionaliseren. We mogen onszelf laten zien. Dus: sta jij al in het Lerarenregister? Bijna 60.000 leraren gingen je voor: www.registerleraar.nl

Deze tekst is eerder verschenen als column in Montessori Magazine 40-1.

 

Advertenties

Mijn digitale leer-plicht

Standaard

Image credit: Jeremy Keith

Juf, kijk eens wat een mooie steen ik in de vakantie gevonden heb?
Ja, Niels, die is bijzonder. Waar heb je hem gevonden?
In de bergen in Oostenrijk. Mag ik hem nu verder onderzoeken?
Natuurlijk mag dat, goed idee. Laat me straks zien wat je geleerd hebt.

Juf, kijk een wat een handige app ik in de vakantie ontdekt heb?
O, Saar, die ken ik niet. Wat kun je ermee?
Je kunt de tafels handig oefenen. Mag ik ze nu oefenen met mijn smartphone?
Natuurlijk mag dat, goed idee. Laat me straks zien welke vorderingen je gemaakt hebt.

Ik stimuleer kinderen om te komen met dat wat ze willen leren of onderzoeken. Dat wat op dat moment hun leerbehoefte is. Ik ben een gelukkige leerkracht als die intrinsieke motivatie er is, als het leren als vanzelf gaat, omdat het betekenis heeft en als zinvol wordt ervaren door het kind. Die leerbehoefte kan werkelijk van alles inhouden. Naast een variatie aan leerinhouden betekent het natuurlijk ook een variatie aan leerstijlen. Ik houd rekening met de meervoudige intelligentie en denk dat het de hoogste tijd is om – naast de nieuwste negende intelligentie, filosofeerknap – ook oog te hebben voor een tiende: digiknap.

Ik werk volgens het principe van ‘bring your own device’ (BYOD) en kinderen krijgen de vrijheid om op hun device te werken tijdens werktijd. Tijdens mijn ronde bevraag ik hen op wat ze doen, hoe het werkt, welk doel de app, tool of sociaal medium heeft, wat ze ervan leren en hoe. In wezen geven ze mij dan een lesje en niet andersom. Zij helpen mij het zelf te doen in onze snel veranderende digitale wereld.

Mijn taak is aan te sluiten bij de leefwereld van onze kinderen. Mijn taak is de gevoelige perioden te herkennen en daarop in te spelen. We moeten de digitale leermogelijkheden dus omarmen. Niet omdat ze er nu eenmaal zijn, maar omdat veel kinderen aangeven het prettig te vinden digitaal te werken, leren, samen te werken en te communiceren. Het is hun wereld, dus ook de mijne. Ik ben het als hun leerkracht aan ze verplicht om mij te verdiepen in hun wereld. Om ervoor open te staan. Om mee te bewegen. Om zelf te leren.

Moet ik dan zelf alles kunnen op gebied van ICT? Moet ik dan zelf alles weten over het aanbod van allerlei apps? Moet ik dan zelf persé gebruikmaken van sociale media?

Nee, dat hoeft niet. Want juist de kinderen kunnen mij daarbij helpen. Zij zijn de specialisten. Zij zijn onze digiknappe digimaatjes. Ik laat hen uitzoeken hoe een app werkt en er mij verslag van doen. Ik laat ze de klas vertellen hoe ze een website hebben gemaakt, zodat anderen er ook mee aan de slag kunnen. Ik laat een ouder samen met een groepje leerlingen de beginselen van programmeren ontdekken, zodat ik daarna Scratch-ambassadeurs in de klas heb die anderen en mij kunnen helpen het zelf te doen.

Wat is mijn eigen digitale leer-plicht als leerkracht dan nog? Ik moet de basisvaardigheden zelf beheersen. Ik moet weten hoe de meest gangbare programma’s werken, hoe ik mijn digipen activeer en kabels controleer. Ik moet daarnaast vooral heel mediawijs zijn, zodat ik de kinderen mediawijs kan maken en essentiële gesprekken kan voeren over online gedrag, veilig surfen, privacy, auteurs- en portretrecht en handig zoeken. Maar bovenal wil ik gewoon van de kinderen leren en open staan voor dat wat hen bezighoudt in hun dagelijkse leven. En bij een groot deel van de kinderen speelt hun leven zich ook digitaal af. Zéker in de bovenbouw; de digitale gevoelige periode.

Deze tekst is eerder verschenen als column met de titel ‘Mijn digiknappe digimaatjes’ in Montessori Magazine 38-2.

Vrijheid in verbondenheid

Standaard
Image credit: Pink Sherbet Photography

Leider zijn in het onderwijs: Wie ben je en waar sta je voor? Waarom doen we de dingen die we doen? Waartoe doen we die dingen? Hoe weten we dat ze goed zijn? Mooie, essentiële vragen die aan de orde kwamen tijdens de conferentie van het NIVOZ 24 september jl. Een conferentie over leidinggevende zíjn, in plaats van het hebben of verkrijgen van allerlei competenties. Ik ben als leerkracht ook leidinggevende. Ik geef leiding aan mijzelf en aan mijn kinderen.

Het zijn gaat over moed, vertrouwen, authenticiteit en integriteit en is altijd in verbondenheid. Zonder verbondenheid is er in wezen niets. Dan heeft een thema als vertrouwen geen betekenis. Maria Montessori zag ook alles in verbinding: onze kosmos in haar geheel, maar ook de delen onderling. En dan vooral ook de mensen onderling. Ik ben wie ik ben in relatie tot de ander. Maar wíe ben ik dan en hóe ben ik dan? Em. hoogleraar ‘Onderwijsinnovatie en leiderschap’ Dolf van den Berg noemt het van fundamenteel belang dat wij onszelf kennen en telkens onze roeping vinden. Mijn roeping als een duurzaam verhaal met als doel: volledig in mijn kracht komen om voor de ander beschikbaar te zijn. Deze zin zou Maria prachtig hebben gevonden. Want wat voelt de leidster zich krachtig als zij erin slaagt zonder woorden de handeling te laten overnemen door het kind, als zij erin slaagt het kind de viertrap te laten beklimmen, als zij haar voorbereide omgeving tot bloei ziet komen door de levendige betrokkenheid en leergierigheid van de kinderen en als haar aanbiedingen als zinvol en betekenisvol worden ervaren.

En dat is, in mijn ogen, de missie van het onderwijs. Het moet ertoe doen, waardevol zijn, zinvol zijn, betekenisvol en samenhangend. Onze missie moet ook zijn dat we het samen doen: ouders, leerlingen, leerkrachten en directeuren. We moeten zorgen dat we in verbinding staan met elkaar, want willen we niet allemaal in wezen hetzelfde? Goed onderwijs, voor iedereen? Kinderen de kans geven zich te ontwikkelen, in hun kracht te staan en te ontdekken wie ze zelf zijn en willen zijn? Het lijkt zo simpel. Gewoon goed onderwijs verzorgen.

Maar het is zo complex, ons vak. Want wat is goed onderwijs dan? Balanceren moeten we in ieder geval, elke dag. Balanceren tussen aandacht voor de onderwijsinhouden (wat doen we en waartoe?), de onderwijsvormen (hoe doen we dit en met wie?) en de leerling (wat heeft het kind nodig?). Ik observeer en signaleer. Dan beslis ik: ingrijpen of juist even laten? Afwegen, keuzes maken, van minuut tot minuut. Complex ja, en vermoeiend soms, maar prachtig.

Prachtig, want we mogen leren. Alleen of samen, elke dag. Leren van nieuwe situaties, van kinderen, van collega’s. En zolang ik bewust regelmatig stilsta en blijf nadenken over het waartoe ik de keuzes maak die ik op bepaalde momenten maak, zolang ik mijn eigen ontwikkeling op peil houd en de sterke professional blijf, zolang ik in dialoog blijf met mijn leerlingen, ouders, collega’s en leidinggevenden en ik mij openstel voor feedback, nieuwe kansen en leermomenten, geef ik goed onderwijs. Dat geloof ik. En wat ik als leerkracht dan vooral nodig heb? Vertrouwen. Vertrouwen hebben in mijzelf en in de ander én vertrouwen krijgen van mijn leidinggevenden. Want ik heb mijn leidinggevende nodig, zoals een kind zijn leerkracht nodig heeft. En dat betekent naast vertrouwen ook vrijheid kunnen geven. Vrijheid in gebondenheid én vrijheid in verbondenheid. En ook dát zou Maria mooi gevonden hebben.

Voor deze blog raakte ik geïnspireerd door sprekers Gert Biesta en Dolf van den Berg en de tekst is eerder gepubliceerd in Montessori Magazine, 38-1.

 

Kies nú: Montessori!

Standaard
Image credit: Scott Robinson

Vol verwachting klopten onze montessoriharten op de landelijke Montessoridag, 12 maart jl. Wat zou deze dag, waarop we trots onze deuren openden, ons brengen? Ouders die zich laten rondleiden door onze zelfstandige leerlingen? Belangstellenden die zich laten inspireren door ons kleurrijk materiaal? Bezoekers die zich verwonderen over de rust in de school?

Aan de voorbereidingen zal het in elk geval niet gelegen hebben. Arne Keuning (montessorinet) deed meerdere oproepen om de dag te promoten via sociale media. De website kiezenvoormontessori werd druk bezocht en ludieke acties als een speciaal vervaardigde montessoritaart zette Montessorischool Jan Vermeer te Delft, op de kaart. Ook de lokale pers werd erbij gehaald. De montessoribasisscholen uit Nijmegen vroegen in de Gelderlander aandacht voor montessori: “Dit is écht wat onderwijs moet zijn,” aldus directeur Annet van Summeren.

En zo is het maar net. Want ook al weten wij montessorianen dit natuurlijk al lang, het lijkt erop dat steeds meer (onderwijs)mensen in de gaten krijgen dat montessori zo goed past in deze 21e eeuw met de noodzaak van de 21st Century Skills en de invoering van passend onderwijs. Op bovengenoemde site geeft de NMV zeven mooie redenen om te kiezen voor montessorionderwijs. Voor mij is de reden simpel: ons onderwijs doet recht aan de talenten en behoeften van het kind en maakt het kind – en daarmee ook ouders en leerkrachten – gelukkig.

Dat mensen zich gelukkig hebben gevoeld in ons onderwijs, werd ook duidelijk op de open dag. Oud-leerlingen bezochten hun school om mooie herinneringen op te halen. Een oudere dame bracht zelfs prachtig handgeschreven rapporten mee. Ze genoot ons onderwijs toen Montessori Nijmegen nog een meisjesschool was en de zusters aan het roer stonden. Ze had pas later in de gaten hoe bijzonder dat onderwijs eigenlijk was. Een andere bezoeker beaamde dit: zij ontdekte op het VO hoe groot haar voorsprong was in vergelijking met klasgenoten.

Ons montessorionderwijs ís bijzonder. En het is belangrijk ons daar bewust van te blijven en niet te vervallen in vanzelfsprekendheid door de onderwijsdrukte van alledag. We moeten ons blijven verwonderen en kritisch zijn. Zoeken naar nieuwe mogelijkheden om ons onderwijs verder vorm te geven in de huidige maatschappij. Want we zijn nooit klaar.

Dus tot besluit een oproep: En nú: Montessori! naar het gelijknamige boek van Hendriksen en Pelgrom (AVE.IK, 2013). Montessori voor hen die nog gaan kiezen, maar vooral ook voor ons montessorianen. Wij, die regelmatig pas op de plaats moeten maken, ons onderwijs voortdurend onder de loep moeten nemen en zo ons gouden montessorihart gepassioneerd kunnen laten kloppen!

Deze blog is eerst als column verschenen in Montessori Magazine, nummer 37-4.

 

Montessori conferentie 2014: Ben jij klaar voor het onderwijs van de toekomst?

Standaard
image credit: opensourceway

Je moet er wat voor over hebben, Montessori in de 21e eeuw. Om half zeven ’s ochtends de trein vanuit Nijmegen nemen bijvoorbeeld. Om maar bij die mooie conferentie van vandaag, 5 februari 2014, te kunnen zijn. Maar goed. Annet van Summeren en ik hadden er zin in. We begonnen direct met ons onderwijsgeklets zodra we de jas uit hadden en hebben wellicht hiermee de nog half slapende trein hun ochtendrust ontnomen. Tja. Je hebt onderwijspassie of niet…

We kwamen mooi op tijd aan op het Montessori College Oost in Amsterdam. Toch durfden we niet eerst onze jas op te hangen, want we wilden het kaartje van onze lezingvoorkeur graag bemachtigen. En wat jammer dat we er maar één mochten kiezen. De organisatie had voor een rijk aanbod gezorgd. Hier dan mijn afwegingen: Ga ik voor Scratch? Want dat wil ik graag gaan toepassen. Of Montessori voor de nieuwe tijd? Want dat houdt het lekker breed. Klassenmanagement en passend onderwijs misschien? Want actueler kan het niet. En dan nog Leidinggeven in de 21e eeuw, Didactisch coachen, Werken met digiborden, ICT in de wolken, Samenwerken in the cloud, Gamification en de Virtuele leeromgeving in de montessorischool. Uiteindelijk ben ik toch gegaan voor Flipping-the-classroom door Jelmer Evers en Annet voor Goed onderwijs en de cultuur van het meten door Gert Biesta.

Een moderne aftrap

Op het rode plein konden we plaatsnemen met de beschikbare stemkastjes paraat, want zo’n 21e eeuwse interactieve binnenkomer is wel zo gepast. De kastjes werden ingezet om het publiek te leren kennen en om te kijken hoe de vlag erbij hing als het ging om onze mening over de inzet en het belang van ICT in het onderwijs.

Nadat Theo Jaspers, directeur van de gastlocatie, ons welkom had geheten, werd de opening verzorgd door Bas Moll, directeur van de 6e Montessorischool Anne Frank. Hij loodste ons door diverse stellingen heen en bekeek met ons de verschillen in meningen door uitkomsten te selecteren op doelgroep: leerkracht of leidinggevende, jong of oud.

Sommige stellingen leken open deuren: “Goede scholen zijn scholen die werken aan persoonlijkheidsvorming” of “ICT kan leren leuker maken.” Andere stellingen deden meer stof opwaaien: “Zelfstandig leren moet worden bevorderd door middel van het zwaar inzetten van ICT” of “De helft van het schoolbudget moet worden ingezet voor bijscholing van docenten.”

iPads en meer

Vervolgens was het spreektijd voor Maurice de Hond (VNT scholen, of Steve Jobs scholen.) De Hond zet inderdaad een groot deel van het budget in om in elk geval iPads een prominente plek te geven binnen zijn scholen. Maar voordat het iPadbetoog van start ging, haalde De Hond netjes de Montessorigeschiedenis en Maria Montessori aan, waarbij hij wees op de onderwijsvernieuwer en pionier die ze was. Ook Maria stuitte op weerstand van de gevestigde orde, zoals dat nu gebeurt met de nieuwste experimenten op de iPadscholen en andere onderwijsvernieuwingen en -ideeën. Bij elke vernieuwing is er tegengas. Het verleden wordt geïdealiseerd en er worden karikaturen geschetst, aldus De Hond. Hij benadrukt: wees zonder oordeel over dat wat je niet kent.

Het gebruik van de iPad, zo zegt De Hond, biedt mogelijkheden. Juist ook voor het driejarige kind met de enorm creatieve geest, maar dat nog opgesloten zit in het lichaam met de bijbehorende fysieke, motorische en talige beperkingen. Apps bieden mogelijkheden om die beperkingen deels te omzeilen. De iPad biedt kinderen de mogelijkheid te leren, ook zonder hulp of controle van de volwassene.

Hier plaats ik even een kritische noot. Want ja, goede apps hebben de controle van de fout. Goede apps helpen het kind het zelf te doen. Maar de volwassene coacht, stimuleert, kan bekijken of het niveau wel geschikt is, of de benodigde basiskennis wel aanwezig is en kan gewoon eens meekijken en het kind bevragen, want deze persoonlijke aandacht blijft onmisbaar. Deze kritische noot sluit aan bij wat De Hond later zegt: “Mijn leraar weet wel wat ik niet weet, maar niet wat ik wel weet.” De relatie met het kind en het blijven aangaan van het gesprek blijft daarom voorop staan, hoe je het leren verder ook inricht.

Nieuwe vaardigheden

Maar goed, dat het leren in de 21e eeuw anders gaat, staat buiten kijf. Verschillende leerstijlen zijn er altijd geweest, maar door de digitale wereld worden de mogelijkheden uitgebreid. En de digitale leermogelijkheden spreken het kind van de 21e eeuw aan. Sterker nog, kinderen beheersen en weten meer dan de gemiddelde volwassene. De Hond zegt dan ook terecht: “Digitale talenten mogen niet worden genegeerd.” Dan gaat het verder over benodigde vaardigheden: “Wij waren kennisverzamelaars, maar wij worden steeds meer kennisverwerkers. We moeten informatie kunnen zoeken, filteren en toepassen. Sommige vaardigheden zijn in deze tijd niet meer nodig, zoals kaartlezen om de weg te vinden. Maar je moet dan wel met GPS kunnen omgaan.”

We hebben het dus over andere vaardigheden, maar met hetzelfde doel. En die doelen, onze onderwijsinhoud, moet centraal staan. Dat de digitale wereld onlosmakelijk verbonden is met deze inhoud, mag inmiddels, alweer 14 jaar verder in deze 21ste eeuw, toch wel duidelijk zijn.

Denkend aan onze Montessoriaanse voorbereide omgeving, zullen wij op onze scholen de leerlingen ook echt de beschikking moeten laten hebben over de inzet van computers, laptops, tablets en smartphones. Het zijn middelen om te leren, net als onze Montessorimaterialen en boeken. Het zijn ook middelen waar kinderen graag mee werken en die ze goed kennen, dus we kunnen die kansen niet laten liggen. De goed ingerichte voorbereide omgeving betekent ook een bekwame, coachende leerkracht en natuurlijk de heterogene groepen leerlingen. Want zoals De Hond terecht aangeeft:

“Leren wordt steeds meer van de leerlingen zelf en met elkaar. De een kent Prezi en legt het uit aan de ander. Laat ze maar workshops geven. En zet ook de talenten van ouders in.”

Tegengas

Spreker Joke Hermsen moest na De Hond zorgen voor wat tegengeluid op deze dag vol digitale lofuitingen. Hart voor onderwijs heeft ze zeker, want ze was ziek en is toch haar bed uitgekomen om deze lezing te houden. Misschien lag het aan de koorts, maar haar verhaal was wat onsamenhangend en leek de plank mis te slaan wat betreft het thema van deze dag. Het enige dat ze benoemde was haar zorg om de effecten van de digitalisering op het kinderbrein en het risico van oppervlakkigheid die de digitalisering met zich mee zou brengen. Ik raakte afgeleid en gebruikte mijn smartphone om haar site nog eens te bezoeken. Daar beschrijft ze haar boek Kairos – Een nieuwe bevlogenheid. Over de opkomst van de homo digitalis, de verregaande technologisering van de mens als onomkeerbaar feit en noodzaak om onze aandacht op het menselijke van de mens te blijven richten. Ik merkte dat de aandacht van het publiek verslapte en stak mijn hand op om haar uit te nodigen wat meer te vertellen over deze sociale, menselijke kant die zo belangrijk is. Her en der werd er instemmend geknikt op mijn voorstel, maar Hermsen haakte er niet echt op in. De lezing was kort daarna afgelopen met gelukkig een positieve afloop dat toch nog een applaus waard was: “Geef de leraar zijn klas terug.”

Flipping-the-classroom

Na een welverdiende kop koffie en het strekken van de houten benen, kon men aansluiten bij de lezing naar keuze. Ik verheugde op wat praktijkverhalen en begaf mij naar de gymzaal waar Jelmer Evers de apparatuur aan de praat probeerde te krijgen. We blijven toch afhankelijk…

Jelmer Evers, ‘flippende’ geschiedenisdocent op het innovatieve Unic in Utrecht, onderwijsvernieuwer, edublogger en co-auteur van het boek Het Alternatief – Weg met de afrekencultuur in het onderwijs. We konden meteen aan de slag met posten op een interactieve muur van Padlet. Een makkelijk, laagdrempelig, mooi sociaal medium dat je werkelijk al in de kleuterklas kunt inzetten. Verdere praktische toepassingen, waar een deel van het publiek zeker op hoopte, bleven uit. Op Mentimeter na: een interactieve tool om de mening van het publiek direct te kunnen peilen. En geen eens of oneens dit keer, maar de beschikking over 100 punten die je naar gelang het belang dat je hecht aan een bepaalde factor zelf toekent. Dat levert op het scherm live bewegende staafdiagrammen op die de stemmers in kaart brengt en waar je als spreker dus direct op kunt inhaken.

Als je zelf een start wil maken met flipping-the-classroom, begin dan eenvoudig. Maak video’s van je lessen. Zet deze dan in als huiswerk. Zo krijgen de leerlingen de uitleg thuis. Zet er een quiz bij en je weet meteen of de stof is opgepikt. In de les is nu meer tijd om herhalings- en verdiepingsopdrachten uit te voeren. Houd een model aan met bijvoorbeeld de volgende cyclus:

  1. Experimenteren (quiz, debat, mapping)
  2. Exploreren (video, websites, Twitter, BuddyPress)
  3. Betekenis verlenen (verwerken, video, blog, BuddyPress)
  4. Demonstreren en Toepassen (website, toespraak, vergadering)

Voor meer theorie en modellen voor flipping-the-classroom, zie dit filmpje van Kennisnet.

De noodzaak van de 21st Century Skills

Ook al ging Evers de rest van zijn lezing niet echt in op inhoudelijke voorbeelden, zijn verhaal was persoonlijk, goed en belangrijk. Een filmpje uit 1999 dat laat zien dat bijna niemand de noodzaak zag van een mobiele telefoon, vertelt ons dat veranderingen snel gaan. De mobiele telefoon is nu onmisbaar. En de technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller. Over 10 jaar kunnen we waarschijnlijk Google Glass niet meer wegdenken. Google Car maakt chauffeurs overbodig. Het eerste huis gaat binnenkort geprint worden, drones bezorgen de post. Onze verre toekomstbeelden komen steeds sneller dichterbij. Wij moeten onze kinderen deze nieuwe wereld laten zien, want het is hun toekomst. We zijn het hun verplicht ze goed voor te bereiden, zodat ze de juiste beargumenteerde keuzes kunnen maken voor hun toekomst. Want welke banen zijn er dan nog? Er gaan er zoveel verdwijnen door de technologisering en automatisering. Vandaar dat er nu zo hard geroepen wordt om de 21st Century Skills centraal te stellen in ons onderwijs.

Juist de onbekende arbeidsmarkt van de toekomst, maakt dat wij onze leerlingen meer vrijheid moeten geven. Het is nodig om leerlingen meer vrijheid te geven voor eigen, sterke ideeën. Het is aan de scholen om ze aan te moedigen, te ondersteunen en te faciliteren. Maar ook om ze goed te blijven begeleiden en met ze in gesprek te blijven zodat ook hun schoolprestaties op peil blijven.

Op de vraag hoe een school deze omslag moet gaan maken, heeft Evers geen kant-en-klaar antwoord. Maar centraal staat dat het samen moet, er draagvlak moet zijn, docenten pedagogisch sterk moeten zijn en over veel verschillende vaardigheden moeten beschikken. Daarnaast is creatief denken in oplossingen noodzakelijk. En Evers benadrukt meerdere malen dat hij het projectmatig werken door middel van flipping-the-classroom afwisselt met klassikaal werken en vaak overlegt met zijn leerlingen waar hun behoefte ligt. En daar gaat het tenslotte om, die onderwijsbehoefte. Volg het kind!

Tot slot

Annet sloot aan bij de lezing van hoogleraar pedagogiek en onderwijskunde Gert Biesta. Over Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Alle conferentiedeelnemers kregen aan het begin van de dag het gelijknamige boek cadeau. Tot besluit een mooie denkvraag van Biesta:

“Meten we wat we waardevol vinden of maken we waardevol wat we meten?”

Meer weten over Montessori en social media? Lees verder op www.juffemke.nl. Tips voor social media tools nodig? Kijk op www.netvibes.com/femkecools onder tabbladen Padlet, Leerkracht en Social media.

Montessori and social media
: Challenges and treasures for a new age of learning


Standaard
Image by mkhmarketing

How quiet it was, not using the internet, not having e-mail, not hearing my smartphone alerts when messages arrive. I am 34 years old and I am part of the pre-internet past. The first text on a computer written at the end of secondary school, my first e-mail sent when I was a student at the university of Nijmegen. And although I do sometimes miss that ‘quiet’ life, I remember my excitement about having e-mail: this will bring me closer to my foreign friends, closer to the world. The internet will enrich my life!

Learn and teach using social media

The internet has enriched my life and still does. Social media have enriched my life and I have just begun experimenting embedding them in teaching. This I know: personally I can easily reach out to my foreign friends and make it easier for me to be a global citizen.

Professionally it enriches my learning and teaching. For example, I continuously learn by using Twitter and MontessoriNet, following edubloggers and teachers, reading blogs and articles, participate in online discussions and sharing my ideas and using others’ to develop lessons. I am currently exploring the use of social media in class and I learn through experimenting and consulting the children, asking them feedback. My motto is: a good teacher is critical, reflects, learns every day and always tries to take childrens’ opinions into account. I am proud to be a Montessori teacher. A Montessori teacher should never stop learning, since we have to follow the child. That unique child, that tells us what it needs to develop and grow.

The role of a Montessori teacher is that of an observer whose ultimate goal is to intervene less and less as the child develops. Lynn Lawrence, executive director of the Association Montessori Internationale, emphasizes the child as an active learner, exploring until understanding:

“I am able, I am the actor, not the object. Children rely on us to take obstacles away and not be obstacles. The child is a builder of himself and a builder of its better and brighter future. The child is a teacher, the adult is the supporter, the guide. We have to unlock the thirst for learning, to give them the tools. The child earns freedom by showing ability to be in control. Both children and adults need to learn the art of the possible.”

Social media are amongst the tools that can be used both by the child for co-operative and individual learning and by the teacher to learn, share, teach and engage.

Montessori education, global citizenship and 21st Century Skills

Maria Montessori

Maria Montessori

Maria Montessori was a pioneer 100 years ago and she would have fitted well in our 21st modern society. Maria Montessori was globally active. She travelled the world to train Montessori trainers, to give lectures, to observe children, to help people (help themselves). Global citizenship is important in Montessori education. Oxfam explains global citizenship:

“It aims to empower pupils to lead their own action. Along with the knowledge and values that they have gained from learning about global issues, pupils need to be equipped with the necessary skills to give them the ability and confidence to be pro-active in making a positive difference in the world.”

Global citizens need 21st Century Skills

The world has changed so fast the last few decades and we do not know what our future will look like, what jobs we’ll have, if our environment can handle the changes. Now, more than ever, we have to take more care of our world and each other by collaborating: with family and friends, at school, at work, local, national and global. This means being able to communicate well, being respectful, feeling responsible, being open to learn from others and being a critical learner.

Social media makes it easier for people to become and be a global citizen. The internet helps us understand the workings of the world. It helps us learning about other countries, other cultures, other beliefs. It helps us understanding other people, which leads to respect and value this diversity. The internet also helps us communicating with people all over the world, without travelling. We can help others, without actually being physically present. Help others help themselves, one of the main Montessori motto’s, has become easier through internet. Together with e-mail, social media such as Skype, Facebook and Whatsapp make communicating at a distance perfectly possible. Maria Montessori would have loved social media and she would have made use of them, to help even more people and learn about the world. But she would have still travelled lots. Because communicating face-to-face would still be her favourite way of getting in touch with other people.

When one looks at the 21st Century Skills one can conclude that Maria Montessori was aware of most of them already 100 years ago. She was a pioneer and her pedagogy and materials fit the skills children need today. Communication, collaboration, critical thinking and problem solving, creativity and information literacy, flexibility and adaptability, initiative and self-direction, social and cross-cultural skills, productivity and accountability, leadership and responsibility: it’s all present in Montessori education. Montessori ‘Madman’ Trevor Eissler made the needs of the 21st century child clear in his video Montessori Madness (2011). In this fast-drawn video he rightfully criticizes school systems that treat children not as individuals, but as one group. He criticizes learning when it’s all about preparing for tests instead of developing as a human being.

The one area that Maria could not have imagined 100 years ago are the skills needed for media literacy and technology literacy. No one could have predicted the immense changes in life and the riches that the internet and all new information technology has brought us. 
Barbara Nesbitt made a video about 21st Century Learning, already in 2007, in which the children of the 21st century cry for engagement. Nesbitt wanted to inspire teachers to use technology in engaging ways to help students develop higher level thinking skills. In my opinion, teachers nowadays are obliged to use technology in their teaching and encourage children to do so.

Montessori principles and media literacy

One of the main principles is a well-prepared environment. This means a mixed age-group, a trained teacher and materials. Materials nowadays have to include computers, laptops, tablets and preferably smartphones to complete the prepared environment. They are essential tools for learning and working in the 21st century. As pointed out before, Maria Montessori would have loved social media. She would have embraced the possibilities that we have today and see ways for social media enriching our Montessori teaching and learning. But she would also stress the need for guidance of the child, so as not to get lost in the jungle of (social) media.

A Montessori classroom offers many choices of work. Children learn to choose what they need to learn, what they want to know. To be able to make most of this, they need to be in self-control, to be self-disciplined, to be in control of their actions and to make positive choices that actually help them develop themselves, whether it comes to cognitive or social skills.
The internet on its own is a challenge for people, let alone children. The choices you have on the internet are endless. One has to know what they want, what they seek, to be able to find the way and not get digitally lost. Montessori children who are self-controlled should be able to cope on the internet, with the guidance of a teacher to teach them the needed skills. 
When it comes to personal behavior, social media forms an extra challenge: what do I use, why do I use it, whom do I want to communicate with, what and how do I communicate, what language do I use, how do I want to be seen on the internet, will I have different profiles, will I be me or supposedly someone else? Montessori children that are in self-control should be able to make positive, sensible choices when it comes to social media and profiling.

Throughout the four planes of development, the child and young adult continuously seek to become more independent. It is as if the child says: Help me to help myself. (Social) media in their turn, can help the child help himself. Throughout the planes the child and young adult also seek to be more socially engaged. Social media are a perfect means to increase social engagement.

Educational software and apps

intro-to-letters-montessorium

Letters app by Montessorium

The young child (0-6) – the sensorial explorer – has a sensitive period for learning through using physical materials such as the golden beads. However, young children are also already sensitive for ICT-learning and the tablet is an intuitive tool as the fingers can directly touch the screen. Montessorium has taken to develop Montessori apps. My view is physical Montessori materials should be used and known first, before a child can practice further and apply his knowledge using the corresponding app. Good educational software and apps give children the opportunity for repetitive activity, an important aspect of learning during a sensitive period.

The older child (6-12) – the conceptual explorer – can still use these materials, but they develop powers of abstraction and apply their knowledge to discover and expand their worlds further. The use of internet and learning through software (e.g. applying mathematical strategies learned through Montessori materials) is a logical step. Good educational software and apps give children the possibility to challenge themselves and try more difficult levels. This is what the Montessori materials are also about: they are specifically designed for auto-education and contain the control-of-error. Good educational software, games and apps also include a control of error and / or immediate feedback for the child. This helps the child help himself, learn from its mistakes and continue on an appropriate level, preferrably calculated by the software (learning analytics). Needless to say, there should always be a teacher present to help and guide when asked and intervene when one observes gaps in learning.

Co-operative learning through social media

Then we have the humanistic explorer (12-18) seeking to understand their place in society and their opportunity to contribute to it. Seeking their place in school, in society and even in the world, will be inevidently done through the use of social media such as Facebook. When it comes to learning, children use Facebook, Whatsapp and YouTube to retrieve information and / or share materials. A school can use social media and/or develop a virtual learning community.

Finally the young adults (18-24) – the specialized explorers – seek to contribute through universal dialogue and now even more the internet and the use of social media are necessary means to contribute as a global citizen. They can discuss on forums, communicate through Twitter and use Skype to easily get in touch with people all over the world.

Using social media: challenges for teachers

It is a relatively new area for teachers to use social media in school. It is a challenge, but a necessary one. Because children today are using social media and they take an important part in their life and learning. And we have to be curious and learn as to understand and follow the child. We need to have faith in this child, just as we have to have faith in ourselves. Explore the treasures of social media and take small steps. Take them together with the ‘experts’: the experienced children that can help you to help yourself!

Montessori teachers can teach help children help themselves by flipping-the-classroom. Recording short lessons and sharing them through a website or QR-codes in the classroom. The teacher can set an example and start a Twitter account for the class through which children become more globally engaged. Both teacher and children can decide on who to follow and try and get in touch with people they would like to interview for projects or with other schools in other countries.

A wonderful and easy way to work together online, is Padlet. With Padlet one can create interactive walls to share. Thus, a child doing research on Nelson Mandela for example, could create a wall, share this and ask others to help sharing information. Children, parents and teachers can put comments, links and photo’s on the wall. A teacher could also create walls himself to introduce a cosmic educational theme, to activate prior knowledge or to share interesting links with the children. Even in the youngest elementary age-groups Padlet can be used very well. The teacher can use a wall to invite children to type words for a spelling category or can ask parents to help their children sharing information and photo’s, for example about holiday experiences or help children type their own words and messages.

When it comes to global citizenship, it would be wonderful to have your class get in touch with a foreign class, through e-mail, Twitter, Skype or Padlet. Sharing information about each other’s lives, about each other’s school and ways of learning and even work on a project together.

The 21st century child is a curious child. Offer him the knowledge, skills and tools it needs nowadays. As Lynne Lawrence points out: Our work is to recognize this curiosity and to fan the flame. Curiosity will then turn into passion, which will lead to lifelong love for learning. And that is what it is all about. A lifelong love for learning can turn any child into a loving, social, respectful, responsible, global citizen and this is what our 21st century world needs.

It’s not about what you know, it’s about what you do with what you know – Lynn Lawrence