De gelukkige leerkracht, dáár draait het om. Voel je passie, ontdek je kracht en weet zo anderen te inspireren. Waar ben je trots op? Laat het zien!
Zet je klaslokaal open en nodig ouders en collega’s uit in de klas. Laat zien wie je bent, waar je voor gaat en waar je voor staat. Dat wat jij doet in je klas, daar heb jij over nagedacht. Maar sta ook open voor feedback. Wees niet bang voor kritische vragen, want ze houden je scherp. Omarm die feedback die jou verder helpt in je ontwikkeling. Want jouw ontwikkeling is belangrijk. Je wilt je leerlingen graag zien ontwikkelen. Dus wees het goede voorbeeld.
Wees niet alleen een voorbeeld voor je leerlingen, maar betrek ze ook in je onderwijs. Samen optrekken om je onderwijs passender, sterker en innovatiever te maken. Betrek ze bij het groepsproces, bij hun eigen leerproces, maar ook bij jóuw leerproces. Geef ze de ruimte om te leren, maar gun vooral jezélf die ruimte ook. Vraag feedback, zodat je de volgende dag weer beter weet hoe je verder kunt gaan.
Volg je leerlingen, zij hebben vaak het antwoord. Weet je even niet hoe je een leerling verder kan helpen? Vraag het! Een leerling weet veel, in de eerste plaats over zichzelf, dat wat hem bezighoudt, wat hij nodig heeft, zijn motivatie, leerstijlen. Is de relatie met de groep verstoord? Vertel de leerlingen wat dat met je doet en geef aan dat je ze zo hard nodig hebt om samen weer verder te kunnen gaan. Wees open en eerlijk, wees jezelf, en leerlingen zullen je helpen.
Leerlingen zijn je spiegel. Durf er in te kijken en je groeit. Die lerende leerkracht, die genietende, gelukkige leerkracht. Jij. Daar draait het om.
Op de vakjurydag voor Leraar van het Jaar 2014, was dit mijn statement. Het gaat in wezen over allen die leidinggeven in het onderwijs. Niet alleen leerkrachten, maar ook schoolleiders en bestuurders. Als ik stilsta bij mijn eigen rol als leider in het onderwijs – leidinggeven aan mijn leerlingen – dan is dit de leider die ik wil zijn:
de gelukkige leider, die geniet van zijn vak;
de lerende leider, die zich blijft ontwikkelen;
de eerlijke leider, die open is en zichzelf;
de luisterende leider, die luistert zonder verborgen agenda;
de observerende leider, die kijkt zonder oordeel;
de begeleidende leider, die coacht en helpt;
de bemoedigende leider, die steunt en complimenteert;
de vertrouwende leider, die de nodige ruimte geeft;
de sturende leider, die helpt bepaalde nodige grenzen te bewaken.
Als ik als leerkracht tot bloei wil komen, heb ik mijn leidinggevende nodig, zoals een kind zijn leerkracht nodig heeft.
Ik wil in de eerste plaats gezien worden. Gewoon, een beetje aandacht in de wandelgangen. Kom er maar eens bij zitten in mijn klas. Maar dan zónder dat het voelt als het verplichte klassenbezoek voor het functioneringsgesprek. Nee, gewoon, omdat je nieuwsgierig bent naar wat ik doe met mijn leerlingen.
Ik wil ook graag gehoord worden. Ik wil kunnen vertellen wat mij bezighoudt, wat mij zorgen baart, maar ook waar ik goed in ben, waar mijn kracht zit, welke talenten ik heb, zodat je dat weet. Zodat ik daar iets mee kán en ook mag gaan dóen binnen de school.
Ik wil natuurlijk serieus genomen worden. Ik wil mee kunnen denken in dat wat onze school de onze maakt. Want de school is van ons allemaal. We doen het samen, anders wankelt onze minimaatschappij.
Ik realiseer mij dat ik een leerkracht ben met een ongeremde passie voor mijn vak. Dat ik een leerkracht ben die altijd op zoek is naar hoe de dingen beter kunnen, hoe ik mijzelf zó kan ontwikkelen dat ik nóg beter kan aansluiten bij mijn leerlingen en ze nóg beter de ruimte kan geven om hun eigen kracht te vinden en hun talenten te kunnen ontwikkelen. Ik weet dat ik waarschijnlijk bij een bepaalde minderheid hoor. Die leerkrachten die veel lezen, praten en schrijven over onderwijs en daar volop energie van krijgen. Die leerkrachten die wellicht niet eens merken dat er zoveel uren in onderwijs gaan zitten. Die continu zoeken naar mogelijkheden en nieuwe uitdagingen, die constructief met hun leidinggevenden meedenken op weg naar beter onderwijs.
Maar er zijn écht méér leerkrachten te bereiken. Ook zíj kunnen openstaan en ervoor gaan. Je moet ze alleen wél het vertrouwen geven. En ze de ruimte geven voor hun passie, hun kracht en hun talent. En ze ook de tijd gunnen om zich te ontwikkelen, zich te kunnen aanpassen aan dat wat toch écht soms moet. Die bepaalde kaders en grenzen die er toch écht moeten zijn in een schoolorganisatie. Maar zorg dan – om af te sluiten met een van de principes van mijn heldin Maria Montessori – zorg dan voor vrijheid,
vrijheid ín gebondenheid.
Dit was mijn verhaal op de conferentie van NIVOZ ‘Leider zijn in het onderwijs’, op
24 september 2014.
Ja, wij leerkrachten zijn allemaal druk en moe aan het einde van het schooljaar. Verslagen schrijven, oudergesprekken voeren, musical begeleiden, kamp organiseren, zomerfeest voorbereiden, vergaderen over dit schooljaar, vergaderen over volgend schooljaar, vergaderen over de formatie, vergaderen over de groepsindeling, klas opruimen, nieuw lokaal inrichten en ga zo maar door.
Maar wat is nou eigenlijk écht belangrijk aan het einde van het schooljaar? Dat de léérlingen het jaar goed afronden. Dat ze stilstaan bij wat ze geleerd hebben het afgelopen schooljaar en vooruitkijken naar het volgende. Maar dat ze vooral ook lekker actief blijven, hun hersens laten kraken tot en met de laatste dag. Want daarna staan ze 6 weken ‘stil’.
Natuurlijk staan ze dan niet echt stil. In de vakantie is er veel ruimte voor leren door ervaren en toepassen. Engels en sociale vaardigheden toepassen in het buitenland waar mooie vakantievriendschappen ontstaan. Alleen naar de campingbakker en uitrekenen of je wel genoeg geld terug hebt gekregen voor het stokbrood en de croissants. Dieren en planten herkennen tijdens mooie bergwandelingen. Met de autokaart op de achterbank de route van je ouders proberen te volgen. Nummerborden lezen en kijken wie als eerste zijn leeftijd of lievelingsgetal voorbij ziet komen. Wegduiken in heerlijke leesboeken op het strand. Kinderen leren veel in de vakantie.
Maar toch. Op school worden er ook andere (denk)vaardigheden van je gevraagd. Laat kinderen die laatste weken niet los, maar zorg voor herhaling van het geleerde of daag ze juist uit. Want we weten allemaal dat ze veel kwijt kunnen zijn na de zomervakantie. Dat de tafels wegzakken, aangeleerde spellingsregels als compleet nieuw worden ervaren (‘Juf, dat heb ik echt nóóit gehad!) of ze werkelijk geen idee meer hebben hoe dat cijferen onder elkaar ook alweer moest (‘Ja, ik moest iets met onthouden doen, geloof ik…maar wát ook alweer?’)
Ik laat mijn leerlingen regelmatig reflecteren op hun eigen ontwikkeling. Ik laat ze tussendoor over hun doelen nadenken. Het einde van het schooljaar is een prachtig moment om dat ook echt eens onder woorden te brengen. De opbrengsten, moeilijkheden en uitdagingen op papier te zetten met een terug- en vooruitblik. En dit te bewaren als startdocument voor volgend schooljaar: waar was ik trots op en wat was ik ook alweer van plan? Ook de leerkracht en de ouders krijgen een kopie. Zodat we samen een mooie (door)start kunnen maken na die heerlijke zomervakantie!
Wanneer je een dierbare verliest, valt alles even stil. Dan is er even niets meer wat je wil en dan zijn veel dingen even heel onbelangrijk. Je bent je bewust van de essentie van het leven: verbondenheid. Je verbonden voelen met de mensen om je heen, maakt dat je leven inhoud en betekenis heeft. Je bestaat in relatie tot de ander.
“Het menselijke individu kan zich zonder een sociaal leven niet ontwikkelen, de mens leeft van mensen.” (Maria Montessori in De Methode, 1907)
Die verbondenheid is ook waar het écht om draait in ons onderwijs. Verbondenheid zorgt voor wederzijds begrip. Het gevoel verbonden te zijn met de ander, zorgt voor oprechte interesse en nieuwsgierigheid naar de ander, voor acceptatie van de ander; voorwaarden voor een goede relatie. En die goede relatie is een voorwaarde voor goed onderwijs.
In het kind ligt het antwoord
Maria Montessori zag in het kind een onderwijzer. Het kind is het zélf dat resultaten bereikt. Het is het kind zélf dat de antwoorden heeft, dat deskundig is. Maar kinderen zijn zich daar lang niet altijd bewust van. Ze zijn ook lang niet altijd in staat om aan te geven waar ze goed in zijn, wat ze kunnen of waar ze juist behoefte aan hebben. Het is aan óns om het kind de ruimte te geven bij zijn (onderwijs)behoeften te komen, ze te herkennen en te benoemen. Daarvoor moeten wij écht naar ze kunnen luisteren en goede vragen stellen. Dat betekent zonder oordeel, maar met een open houding een gesprek aangaan. Dán is er echt sprake van contact, van verbondenheid. En alleen dán kun je komen tot het antwoord in het kind.
Samen in gesprek
Algemeen bekend is dat open vragen in veel gevallen wenselijker zijn dan gesloten vragen. Toch trappen we vaak in de valkuil en zijn onze vragen meer gesloten en veel suggestiever ook, dan onze bedoeling is. In een kindgesprek gaat het om de positieve benadering, kijkend naar de – voor het kind – wenselijke toekomst: hoe wil je nu verder? Wat of wie heb je nodig? Wat kun je al? Wat gaat al goed? Wat wil je nog leren? Je bent doelgericht, handelingsgericht en oplossingsgericht in gesprek.
Gemakkelijk is het niet. Ruimte geven aan het kind, betekent rustig kunnen observeren. Niet direct interpreteren, maar benoemen wat je bij het kind ziet en aangeven wat dat met jou doet. Bewust zijn van je lichaamstaal, je intonatie, je vraagstelling. Langere stiltes laten vallen, je woorden geteld laten zijn, niet vooruitdenken of gaan invullen, maar enkel het kind volgen. Het kind voelt zich dan gezien en gehoord, voelt zich meer verbonden met jou en zekerder van zichzelf. Vrijer om te durven zeggen wat het zeggen wil en vragen wat het vragen wil. En zo help je het kind het (weer) zelf te doen. Gericht op de toekomst. Samen, in verbondenheid.
En dan word je zomaar gebeld door de Onderwijscoöperatie: je bent genomineerd voor Leraar van het Jaar. Ik was er even stil van. En meteen denk je: wie vindt dan dat ik die eer verdien? En vind ik dat zelf eigenlijk wel? Want ik zelf ben mijn grootste criticus…
Leer-kracht
Ik ben een eeuwig lerende leerkracht. Een eeuwig lerend mens. Want ik voel pas dat ik leef als ik mijzelf ontwikkel. En niet alleen als leerkracht, juist niet. Maar als mens in zijn totaliteit, met alle rollen die ik heb: dochter, echtgenote, moeder, vriendin, familielid, collega. In het verleden vond ik het moeilijk om al die verschillende rollen te hebben. Maar sinds ik – door ervaring, studie, coaching en reflectie – weet én voel dat het slechts róllen zijn, en niet verschillende ménsen, is het leven stukken eenvoudiger. Ik hoef namelijk niet telkens een nieuwe rol aan te nemen. Ik ben gewoon Femke. Altijd.
Altijd? Nou ja, dat is wel mijn streven. Natuurlijk zijn er momenten in je leven dat je de grip even verliest. Dat je het even niet meer weet. Dat je een fout maakt en hem niet direct weet te herstellen. Dat je een reactie geeft die niet zo bedoeld was. Maar de kunst is om daar bewust van te zijn. Om open te staan voor de mogelijkheden. Om de nieuwe uitdaging aan te gaan en het niet te zien als een probleem. Om vooral ook te bepalen wat en wie je nodig hebt om weer een stap verder te komen. En dan vooral: wie. Want ik besta in relatie tot de ander. Maar ik heb ook een relatie met mijzelf.
Verbondenheid
In het boek Ik, de leraar van Marcel van Herpen, staat in hoofdstuk vijf verbondenheid centraal. Hij ziet het als kernopdracht van de leraar om verbonden te zijn met zichzelf. Dit is ook voor mij wezenlijk. Voor mij houdt deze verbondenheid met jezelf in dat je jezelf accepteert en vertrouwt. Dat je de dingen die je doet en de keuzes die je maakt, weloverwogen doet. En dat – mocht het niet zo gaan zoals dat de bedoeling was – je altijd in staat blijft om te reflecteren, te evalueren, te leren en vervolgens bij te stellen. Als je dat in de klas samen met de kinderen doet, bevordert dat de goede relatie, de vertrouwensband. Als je kinderen toelaat in jouw leerproces, geef je het goede voorbeeld. Je geeft een mooi signaal: leren is mooi en het mag met vallen en opstaan. Maar we groeien en dát is ons streven.
Mijn pedagogische opdracht
Van Herpen daagt je in zijn boek uit om je pedagogische opdracht te onderzoeken. Later haalt hij Otto ScharmersTheorie-U aan: de open geest (denken zonder oordeel), het open hart (de liefdevolle verhouding tot jezelf, de ander en de situatie), en de open wil tot handelen ( kunnen loslaten en je niet laten belemmeren door angst voor controleverlies). Het pad dat je bewandelt heeft een U-vorm, waarmee je de diepte in duikt en niet rechtstreeks hoeft over te steken. Daar moet je dus soms even de tijd voor nemen. Zeker als je de grip op een situatie even kwijt bent. Of de grip op een kind.
En dat is voor mij het moeilijkste: de connectie met een kind verliezen en even niet meer weten hoe deze te herstellen. Maar dan ga ik nadenken. En lezen. En dan neem ik even afstand en kan ik weer observeren zonder oordeel. Dan kan ik mijn hart weer volledig openstellen voor dat kind en dan wíl ik en kán ik ook weer handelen. Ik ga in gesprek en benoem mijn eigen behoefte om de relatie weer goed te krijgen: ík heb het nodig. Die verbondenheid. Die relatie. Díe leraar, dat ben ik.
Vol verwachting klopten onze montessoriharten op de landelijke Montessoridag, 12 maart jl. Wat zou deze dag, waarop we trots onze deuren openden, ons brengen? Ouders die zich laten rondleiden door onze zelfstandige leerlingen? Belangstellenden die zich laten inspireren door ons kleurrijk materiaal? Bezoekers die zich verwonderen over de rust in de school?
Aan de voorbereidingen zal het in elk geval niet gelegen hebben. Arne Keuning (montessorinet) deed meerdere oproepen om de dag te promoten via sociale media. De website kiezenvoormontessori werd druk bezocht en ludieke acties als een speciaal vervaardigde montessoritaart zette Montessorischool Jan Vermeer te Delft, op de kaart. Ook de lokale pers werd erbij gehaald. De montessoribasisscholen uit Nijmegen vroegen in de Gelderlander aandacht voor montessori: “Dit is écht wat onderwijs moet zijn,” aldus directeur Annet van Summeren.
En zo is het maar net. Want ook al weten wij montessorianen dit natuurlijk al lang, het lijkt erop dat steeds meer (onderwijs)mensen in de gaten krijgen dat montessori zo goed past in deze 21e eeuw met de noodzaak van de 21st Century Skills en de invoering van passend onderwijs. Op bovengenoemde site geeft de NMV zeven mooie redenen om te kiezen voor montessorionderwijs. Voor mij is de reden simpel: ons onderwijs doet recht aan de talenten en behoeften van het kind en maakt het kind – en daarmee ook ouders en leerkrachten – gelukkig.
Dat mensen zich gelukkig hebben gevoeld in ons onderwijs, werd ook duidelijk op de open dag. Oud-leerlingen bezochten hun school om mooie herinneringen op te halen. Een oudere dame bracht zelfs prachtig handgeschreven rapporten mee. Ze genoot ons onderwijs toen Montessori Nijmegen nog een meisjesschool was en de zusters aan het roer stonden. Ze had pas later in de gaten hoe bijzonder dat onderwijs eigenlijk was. Een andere bezoeker beaamde dit: zij ontdekte op het VO hoe groot haar voorsprong was in vergelijking met klasgenoten.
Ons montessorionderwijs ís bijzonder. En het is belangrijk ons daar bewust van te blijven en niet te vervallen in vanzelfsprekendheid door de onderwijsdrukte van alledag. We moeten ons blijven verwonderen en kritisch zijn. Zoeken naar nieuwe mogelijkheden om ons onderwijs verder vorm te geven in de huidige maatschappij. Want we zijn nooit klaar.
Dus tot besluit een oproep: En nú: Montessori! naar het gelijknamige boek van Hendriksen en Pelgrom (AVE.IK, 2013). Montessori voor hen die nog gaan kiezen, maar vooral ook voor ons montessorianen. Wij, die regelmatig pas op de plaats moeten maken, ons onderwijs voortdurend onder de loep moeten nemen en zo ons gouden montessorihart gepassioneerd kunnen laten kloppen!
Deze blog is eerst als column verschenen in Montessori Magazine, nummer 37-4.
“Montessori onderwijs is onderhandelen, we onderhandelen de hele dag door.”
aldus een leerkracht die geciteerd wordt in het boek En nú: Montessori! van Hendriksen en Pelgrom (2013). En zo is het maar net.
Of misschien toch niet? Menig docent zal het in twijfel trekken. Hoezo, onderhandelen? Ik ben toch zeker zélf de baas in mijn klas? Ik bepaal toch zeker zélf wat er gebeurt, wat er hier geleerd wordt en hoe mijn leerlingen dat moeten doen? Begrijpelijke gedachten, met een kern van waarheid. Want ja, we zijn tenslotte officieel eindverantwoordelijk, we zullen de regie in handen moeten houden en toch moeten voorkomen dat leerlingen een loopje met ons nemen…
Maar leerlingen nemen niet zomaar een loopje met je. Misschien doen ze dat juist wel éérder als je een autoritaire en allesbepalende aanpak hebt. Waarschijnlijk doen ze het óók als je de andere kant uit slaat en een laissez-faire benadering hebt. De sleutel van goed onderwijs ligt natuurlijk in het midden: democratisch onderwijzen, in vrijheid in gebondenheid. Neem de onderwijsbehoeften en feedback van je leerlingen serieus en geef ze een stem. Neem jezelf en jouw onderwijsdoelen en – behoeften serieus en deel ze met je leerlingen. Creëer een open en eerlijke sfeer, waarin het aangeven van behoeften en grenzen normaal is. Bepaal samen wat er nodig is in de klas om tot zinvol leren te komen en laat ook kinderen elkaar aanspreken wanneer het leerproces verstoord wordt.
Hendriksen en Pelgrom spreken over het belang van gehoorzaamheid:
“In de montessoristijl is gehoorzamen in de eerste betekenis erg belangrijk, luisteren naar jezelf, luisteren naar je eigen ontwikkelingskracht.”
Dat geldt voor zowel de leerkracht als het kind. Alleen, voordat je kunt luisteren naar je eigen ontwikkelingskracht, moet je die kracht wél vinden, zien, kunnen en durven inzetten. En dat vinden kinderen – en ook volwassenen – niet altijd eenvoudig. Ze kunnen vaak direct en feilloos aangeven waar ze niet goed in zijn, maar moeten veel langer nadenken over waar ze dan wél goed in zijn. En dat dan ook nog eens hardop benoemen, is nog een volgende stap. Terwijl het zo belangrijk is. Want je talenten kennen en deze durven benoemen, is een voorwaarde voor persoonlijke groei. Het stimuleert je zelfvertrouwen en je durf om nieuwe uitdagingen aan te gaan en vormt jouw stevige basis waarop je terug kunt vallen als het even niet zo meezit.
En wat is hier onze taak als leerkracht dan? Een lichtstraal geven, zou Maria Montessori zeggen. En in dit geval zou ik zeggen: jouw licht laten schijnen op de talenten van de kinderen. Zodat ze zichzelf goed zien, in volledigheid zien en trots kunnen zijn. Dan komt dat zelfvertrouwen vanzelf. Dan komt de ontwikkelingskracht boven drijven. Dan worden ook onderwijsbehoeften helder en eigen en kunnen kinderen eigenaar worden van hun eigen leerproces.
En dat onderhandelen dan? Dat is de vrijheid in gebondenheid. Want zelfs al leren kinderen goed hun ontwikkelingskracht (her)kennen en hun ontwikkelingsbehoeften benoemen, ze zullen altijd een duidelijk onderwijskader nodig hebben dat verduidelijkt waarom leerstof in een bepaalde periode toch doorlopen moet worden (het geheel). Je zult dagelijks onderwijsdoelen moeten benoemen, waardoor benodigde kennis voor leerlingen een logische plek krijgt (de delen). En dus onderhandel je. Je gaat in gesprek. Je luistert naar het kind. En je zult zien: dan luistert het kind ook écht naar jou.
Ik las al toen ik baby was. Nou ja…ik liet me al vóórlezen toen ik baby was. En dat heb ik lang volgehouden. Mij laten voorlezen. Door mijn vader, mijn voorleesheld. Mijn vader is niet alleen een voorleesheld, hij is ook een leesheld. Net als mijn moeder trouwens. Het zijn sowieso mijn helden, maar dat terzijde. Ik ben sinds mijn geboorte omringd geweest door honderden boeken. Dus het is niet gek dat mijn grootste passie lezen is…
Wat eigenlijk wél gek is, is dat ik op de basisschool maar niet zélf aan het lezen ging. Technisch lezen geen probleem, maar zelf eens lekker een boek pakken? Nee. Ik liet me liever voorlezen. Dus misschien is het toch gewoon stiekem de schuld van mijn belezen vader dat ik niet eerder zelfstandig een boek oppakte. Maar in groep 7 was het dan zover. Ik dacht mijn vader maar eens een plezier te doen. En ik begreep natuurlijk ook wel dat ik op de middelbare school niet meer kon aankomen met alleen maar voorgelezen willen worden. Mijn eerste echte zelfstandig gelezen boek werd Het onzichtbare licht van Evert Hartman. En toen was ik leesverslaafd.
Leesbevordering
Op de Pabo wilde ik iets doen met mijn passie voor lezen. Ik wilde ook eens kijken wat ik kon doen met leesbevordering, aangezien ik zelf niet aan het lezen te krijgen was op de basisschool. Dus ontwikkelde ik Het Leesdossier. Doel was om de zelfstandigheid en de eigen verantwoordelijkheid voor de persoonlijke leesontwikkeling te bevorderen en om eventuele vooroordelen bij kinderen weg te halen (‘Lezen is saai’, ‘Lezen duurt lang’, ‘Lezen is moeilijk’). Daarbij niet het technisch leesaspect vooropstellen (AVI is ook niet leidend in boekkeuze), maar de leeservaring. Begrip krijgen door samenvatten, mening vormen door recenseren en stilstaan bij de persoonlijke leesbeleving en gevoelens door het schrijven van gedichten en het maken van kunstwerken. Want lezen is beleven.
Lezen is opgaan in een andere wereld, het overstijgen van het hier en nu. Lezen is ook: je terugtrekken, afstand nemen en even de rust opzoeken die wij allemaal en misschien juist kinderen zo hard nodig hebben in onze snelle, luide en veeleisende wereld. Een wereld waarin het sociale alleen maar belangrijker lijkt te worden, terwijl we juist ook moeten werken aan onze intrapersoonlijke intelligentie. Aan onszelf. Aan onze innerlijke rust. En boeken helpen daarbij.
In de klas
Nog even terug naar leesbevordering. In mijn klas lezen we elke dag. We hebben een verplicht moment, met vrije boekkeuze (vrijheid in gebondenheid) en verder mogen de kinderen gedurende de dag eigen leesmomenten bepalen. Om de leeservaring meer diepgang te geven en om van elkaar te leren, houden we boekpromoties. We vertellen over de inhoud van het boek – natuurlijk zonder het einde te verklappen – , we vertellen wat we vinden van het boek – natuurlijk goed beargumenteerd – en we maken een kunstwerk over het boek. En precies dat laatste, zorgt voor de echte leesbeleving. Want je zult je ervaring om moeten zetten naar iets persoonlijks, iets dat jijzelf creëert op basis van je boek: het thema, een personage, een plaats, een object. Tweedimensionaal, driedimensionaal, digitaal, alles kan, als het maar bij jouw leeservaring past. En dan ontstaan er prachtige dingen. Naast het boek, wordt ook het kunstwerk gepresenteerd. Andere kinderen raken nieuwsgierig en geïnspireerd, door zowel verhaal als beeld, en worden zo gestimuleerd dat boek ook eens in te duiken.
Voorbeeldgedrag
Tot slot. Praat als leerkracht en als ouder over je eigen leeservaringen. Vertel over boeken die wat met je doen en deden: wat dan, waarom en wanneer. Blijf op de hoogte van kinderliteratuur, ken de leesvoorkeuren van je kinderen en adviseer ze. En blijf vooral voorlezen. Zo lang mogelijk. Stiekem zat ik zelfs op mijn 15e nog af en toe op de schoot van mijn voorleesheld. Want (voor)lezen is gewoon heerlijk!
Moeilijk om kinderen te adviseren? Stuur ze naar Boekenzoeker (leestips op maat).
Nuttige leeslinks nodig? Neem eens een kijkje op mijn andere site.
Al even vraag ik me af: wordt het niet eens tijd voor een tiende intelligentie? Naast de bekende acht en de nieuwste negende – filosofeerknap – denk ik dat het de hoogste tijd is voor digiknap.
Leerkrachten hebben vaak het gevoel dat ze door de mediawijze leerlingen ingehaald worden. En dat gevoel is terecht, want vaak is dit een feit. De mediavlugge jeugd passeert ons en het is knap. Digiknap.
Sinds ik experimenteer met sociale media in de klas, heb ik alleen maar meer bewondering gekregen voor onze digiknappe leerlingen. Het zijn de leerlingen die nieuwe ICT-mogelijkheden omarmen en er direct mee aan de slag gaan. Zonder angst, met open, enthousiaste, nieuwsgierige en onderzoekende blik. Ze pikken een tool snel op en leren door doen en durven, door experimenteren en overleggen en halen jou als leerkracht in. Bij mij in de klas is dat nu ook precies de bedoeling. Mijn leerlingen zijn elkaars en mijn digimaatjes. Ze helpen mij het zelf te doen in de digitale wereld.
Door te experimenteren samen met de leerlingen, voelen ze zich uitgedaagd (competentie). Door ze de mogelijkheid te geven dingen zelf te mogen ontdekken en uitproberen, groeit hun zelfstandigheid en verantwoordelijkheid (autonomie). En door ze hierin te vertrouwen en te benoemen dat je hun hulp en feedback nodig hebt, verstevigt de band tussen leerkracht en leerling (relatie).
Ik laat leerlingen zien wat de basismogelijkheden zijn van een bepaalde tool. Vervolgens ontdekken ze zelf wat er nog meer kan en breidt het geleerde zich als een olievlek uit: ze leren met elkaar achter de computer/tablet/smartphone of presenteren op het digibord een nieuwe ontdekking aan de klas. Zo leer ik óók van ze en dat maakt ons samen trots! Voorbeelden:
Een jongen biedt aan de privacy-instellingen van Padlet te onderzoeken, want ik heb de kennis niet snel paraat. Hij legt het klassikaal uit, zodat we veilig gebruik kunnen gaan maken van deze mooie tool.
Drie meiden pakken mijn tip op dat je via Google Drive online kunt samenwerken en geven na enkele weken een ‘how-to’-presentatie aan de klas.
Een meisje heeft het doel van sociale media echt begrepen en plaatst positieve tweets en complimenten aan anderen, inclusief de juf. Meerdere kinderen volgen.
Nadat ik ben gaan bloggen op mijn nieuwe site breng ik Weebly onder de aandacht, waarvan ik vermoed dat dit goed bruikbaar is voor leerlingen die ook een site willen maken en/of willen bloggen. Tijd om de werking ervan geheel te onderzoeken heb ik zelf niet, maar er zijn meteen enkele jongens die enthousiast aan de slag gaan en het mij en de klas een week later kunnen vertellen.
Nadat een ouder met een groepje leerlingen Scratch enkele weken heeft uitgeprobeerd, bombardeer ik ze tot Scratch-ambassadeurs: binnen no-time hebben ze de halve klas enthousiast aan de speelse basisbeginselen van programmeren.
Kinderen weten en kunnen zo ontzettend veel. Ik leer van ze, elke dag. Door ze te observeren, door in gesprek te gaan met ze, door feedback te vragen. En dus ook door middel van de inzet van sociale media. Ik zie verborgen digitalentjes: ‘tragere’ kinderen die digivlug blijken te zijn. ‘Stillere’ kinderen die zich laten zien en horen via Twitter, Padlet of met een blog. Een groepje muzikale kinderen dat zich nu als band profileert en zichtbaar wordt door inzet van sociale media. School raakt verweven met thuis. Leren gaat door. Met elkaar, met mij: samen.
Dit alles vindt wel plaats in een veilige omgeving. Voordat ik aan mijn sociale media-avontuur begon, heb ik meerdere keren uitgebreid aandacht besteed aan mediawijsheid. Want de mediavlugge jeugd is niet per definitie een mediawijze jeugd. Integendeel. Dus ruim aandacht voor positief gedrag online (THINK before you post), privacy op internet en bronvermelding. En nog steeds: aandacht voor mediawijsheid hebben we dagelijks.
Het gebruik van sociale media is niet meer weg te denken uit mijn groep. Met behulp van diverse tools leren we samen, werken we samen, delen we samen en communiceren we samen. We zijn met eenvoudige tools begonnen en zo zijn Padlet, Popplet en Twitter al volledig ingeburgerd. Maar ik wil meer proberen en er is keuze genoeg. De kunst is echter je een weg te banen door dit media-oerwoud, tools te kiezen waarvan je denkt dat ze een goed middel kunnen zijn om je onderwijsdoel te bereiken en het uit te proberen. Samen met de leerlingen. Maak ze deelgenoot van je experimenten. Verhoog de betrokkenheid. Geef ze verantwoordelijkheid. Doe dat en zie hoe je klassenklimaat vanzelf opwarmt!
Mijn ‘eindproduct’, gemaakt voor de aan te raden Training Excellente Leerkracht Sociale media (TELS) van Innofun, laat zien hoe je je leerlingen kunt inzetten. Een film gemaakt door mijn groep (@Groep67MN): Sociale media in de klas.
Je moet er wat voor over hebben, Montessori in de 21e eeuw. Om half zeven ’s ochtends de trein vanuit Nijmegen nemen bijvoorbeeld. Om maar bij die mooie conferentie van vandaag, 5 februari 2014, te kunnen zijn. Maar goed. Annet van Summeren en ik hadden er zin in. We begonnen direct met ons onderwijsgeklets zodra we de jas uit hadden en hebben wellicht hiermee de nog half slapende trein hun ochtendrust ontnomen. Tja. Je hebt onderwijspassie of niet…
We kwamen mooi op tijd aan op het Montessori College Oost in Amsterdam. Toch durfden we niet eerst onze jas op te hangen, want we wilden het kaartje van onze lezingvoorkeur graag bemachtigen. En wat jammer dat we er maar één mochten kiezen. De organisatie had voor een rijk aanbod gezorgd. Hier dan mijn afwegingen: Ga ik voor Scratch? Want dat wil ik graag gaan toepassen. Of Montessori voor de nieuwe tijd? Want dat houdt het lekker breed. Klassenmanagement en passend onderwijs misschien? Want actueler kan het niet. En dan nog Leidinggeven in de 21e eeuw, Didactisch coachen, Werken met digiborden, ICT in de wolken, Samenwerken in the cloud, Gamification en de Virtuele leeromgeving in de montessorischool. Uiteindelijk ben ik toch gegaan voor Flipping-the-classroom door Jelmer Evers en Annet voor Goed onderwijs en de cultuur van het meten door Gert Biesta.
Een moderne aftrap
Op het rode plein konden we plaatsnemen met de beschikbare stemkastjes paraat, want zo’n 21e eeuwse interactieve binnenkomer is wel zo gepast. De kastjes werden ingezet om het publiek te leren kennen en om te kijken hoe de vlag erbij hing als het ging om onze mening over de inzet en het belang van ICT in het onderwijs.
Nadat Theo Jaspers, directeur van de gastlocatie, ons welkom had geheten, werd de opening verzorgd door Bas Moll, directeur van de 6e Montessorischool Anne Frank. Hij loodste ons door diverse stellingen heen en bekeek met ons de verschillen in meningen door uitkomsten te selecteren op doelgroep: leerkracht of leidinggevende, jong of oud.
Sommige stellingen leken open deuren: “Goede scholen zijn scholen die werken aan persoonlijkheidsvorming” of “ICT kan leren leuker maken.” Andere stellingen deden meer stof opwaaien: “Zelfstandig leren moet worden bevorderd door middel van het zwaar inzetten van ICT” of “De helft van het schoolbudget moet worden ingezet voor bijscholing van docenten.”
iPads en meer
Vervolgens was het spreektijd voor Maurice de Hond (VNT scholen, of Steve Jobs scholen.) De Hond zet inderdaad een groot deel van het budget in om in elk geval iPads een prominente plek te geven binnen zijn scholen. Maar voordat het iPadbetoog van start ging, haalde De Hond netjes de Montessorigeschiedenis en Maria Montessori aan, waarbij hij wees op de onderwijsvernieuwer en pionier die ze was. Ook Maria stuitte op weerstand van de gevestigde orde, zoals dat nu gebeurt met de nieuwste experimenten op de iPadscholen en andere onderwijsvernieuwingen en -ideeën. Bij elke vernieuwing is er tegengas. Het verleden wordt geïdealiseerd en er worden karikaturen geschetst, aldus De Hond. Hij benadrukt: wees zonder oordeel over dat wat je niet kent.
Het gebruik van de iPad, zo zegt De Hond, biedt mogelijkheden. Juist ook voor het driejarige kind met de enorm creatieve geest, maar dat nog opgesloten zit in het lichaam met de bijbehorende fysieke, motorische en talige beperkingen. Apps bieden mogelijkheden om die beperkingen deels te omzeilen. De iPad biedt kinderen de mogelijkheid te leren, ook zonder hulp of controle van de volwassene.
Hier plaats ik even een kritische noot. Want ja, goede apps hebben de controle van de fout. Goede apps helpen het kind het zelf te doen. Maar de volwassene coacht, stimuleert, kan bekijken of het niveau wel geschikt is, of de benodigde basiskennis wel aanwezig is en kan gewoon eens meekijken en het kind bevragen, want deze persoonlijke aandacht blijft onmisbaar. Deze kritische noot sluit aan bij wat De Hond later zegt: “Mijn leraar weet wel wat ik niet weet, maar niet wat ik wel weet.” De relatie met het kind en het blijven aangaan van het gesprek blijft daarom voorop staan, hoe je het leren verder ook inricht.
Nieuwe vaardigheden
Maar goed, dat het leren in de 21e eeuw anders gaat, staat buiten kijf. Verschillende leerstijlen zijn er altijd geweest, maar door de digitale wereld worden de mogelijkheden uitgebreid. En de digitale leermogelijkheden spreken het kind van de 21e eeuw aan. Sterker nog, kinderen beheersen en weten meer dan de gemiddelde volwassene. De Hond zegt dan ook terecht: “Digitale talenten mogen niet worden genegeerd.” Dan gaat het verder over benodigde vaardigheden: “Wij waren kennisverzamelaars, maar wij worden steeds meer kennisverwerkers. We moeten informatie kunnen zoeken, filteren en toepassen. Sommige vaardigheden zijn in deze tijd niet meer nodig, zoals kaartlezen om de weg te vinden. Maar je moet dan wel met GPS kunnen omgaan.”
We hebben het dus over andere vaardigheden, maar met hetzelfde doel. En die doelen, onze onderwijsinhoud, moet centraal staan. Dat de digitale wereld onlosmakelijk verbonden is met deze inhoud, mag inmiddels, alweer 14 jaar verder in deze 21ste eeuw, toch wel duidelijk zijn.
Denkend aan onze Montessoriaanse voorbereide omgeving, zullen wij op onze scholen de leerlingen ook echt de beschikking moeten laten hebben over de inzet van computers, laptops, tablets en smartphones. Het zijn middelen om te leren, net als onze Montessorimaterialen en boeken. Het zijn ook middelen waar kinderen graag mee werken en die ze goed kennen, dus we kunnen die kansen niet laten liggen. De goed ingerichte voorbereide omgeving betekent ook een bekwame, coachende leerkracht en natuurlijk de heterogene groepen leerlingen. Want zoals De Hond terecht aangeeft:
“Leren wordt steeds meer van de leerlingen zelf en met elkaar. De een kent Prezi en legt het uit aan de ander. Laat ze maar workshops geven. En zet ook de talenten van ouders in.”
Tegengas
Spreker Joke Hermsen moest na De Hond zorgen voor wat tegengeluid op deze dag vol digitale lofuitingen. Hart voor onderwijs heeft ze zeker, want ze was ziek en is toch haar bed uitgekomen om deze lezing te houden. Misschien lag het aan de koorts, maar haar verhaal was wat onsamenhangend en leek de plank mis te slaan wat betreft het thema van deze dag. Het enige dat ze benoemde was haar zorg om de effecten van de digitalisering op het kinderbrein en het risico van oppervlakkigheid die de digitalisering met zich mee zou brengen. Ik raakte afgeleid en gebruikte mijn smartphone om haar site nog eens te bezoeken. Daar beschrijft ze haar boek Kairos – Een nieuwe bevlogenheid. Over de opkomst van de homo digitalis, de verregaande technologisering van de mens als onomkeerbaar feit en noodzaak om onze aandacht op het menselijke van de mens te blijven richten. Ik merkte dat de aandacht van het publiek verslapte en stak mijn hand op om haar uit te nodigen wat meer te vertellen over deze sociale, menselijke kant die zo belangrijk is. Her en der werd er instemmend geknikt op mijn voorstel, maar Hermsen haakte er niet echt op in. De lezing was kort daarna afgelopen met gelukkig een positieve afloop dat toch nog een applaus waard was: “Geef de leraar zijn klas terug.”
Flipping-the-classroom
Na een welverdiende kop koffie en het strekken van de houten benen, kon men aansluiten bij de lezing naar keuze. Ik verheugde op wat praktijkverhalen en begaf mij naar de gymzaal waar Jelmer Evers de apparatuur aan de praat probeerde te krijgen. We blijven toch afhankelijk…
Jelmer Evers, ‘flippende’ geschiedenisdocent op het innovatieve Unic in Utrecht, onderwijsvernieuwer, edublogger en co-auteur van het boek Het Alternatief – Weg met de afrekencultuur in het onderwijs. We konden meteen aan de slag met posten op een interactieve muur van Padlet. Een makkelijk, laagdrempelig, mooi sociaal medium dat je werkelijk al in de kleuterklas kunt inzetten. Verdere praktische toepassingen, waar een deel van het publiek zeker op hoopte, bleven uit. Op Mentimeter na: een interactieve tool om de mening van het publiek direct te kunnen peilen. En geen eens of oneens dit keer, maar de beschikking over 100 punten die je naar gelang het belang dat je hecht aan een bepaalde factor zelf toekent. Dat levert op het scherm live bewegende staafdiagrammen op die de stemmers in kaart brengt en waar je als spreker dus direct op kunt inhaken.
Als je zelf een start wil maken met flipping-the-classroom, begin dan eenvoudig. Maak video’s van je lessen. Zet deze dan in als huiswerk. Zo krijgen de leerlingen de uitleg thuis. Zet er een quiz bij en je weet meteen of de stof is opgepikt. In de les is nu meer tijd om herhalings- en verdiepingsopdrachten uit te voeren. Houd een model aan met bijvoorbeeld de volgende cyclus:
Demonstreren en Toepassen (website, toespraak, vergadering)
Voor meer theorie en modellen voor flipping-the-classroom, zie dit filmpje van Kennisnet.
De noodzaak van de 21st Century Skills
Ook al ging Evers de rest van zijn lezing niet echt in op inhoudelijke voorbeelden, zijn verhaal was persoonlijk, goed en belangrijk. Een filmpje uit 1999 dat laat zien dat bijna niemand de noodzaak zag van een mobiele telefoon, vertelt ons dat veranderingen snel gaan. De mobiele telefoon is nu onmisbaar. En de technologische ontwikkelingen gaan steeds sneller. Over 10 jaar kunnen we waarschijnlijk Google Glass niet meer wegdenken. Google Car maakt chauffeurs overbodig. Het eerste huis gaat binnenkort geprint worden, drones bezorgen de post. Onze verre toekomstbeelden komen steeds sneller dichterbij. Wij moeten onze kinderen deze nieuwe wereld laten zien, want het is hun toekomst. We zijn het hun verplicht ze goed voor te bereiden, zodat ze de juiste beargumenteerde keuzes kunnen maken voor hun toekomst. Want welke banen zijn er dan nog? Er gaan er zoveel verdwijnen door de technologisering en automatisering. Vandaar dat er nu zo hard geroepen wordt om de 21st Century Skills centraal te stellen in ons onderwijs.
Juist de onbekende arbeidsmarkt van de toekomst, maakt dat wij onze leerlingen meer vrijheid moeten geven. Het is nodig om leerlingen meer vrijheid te geven voor eigen, sterke ideeën. Het is aan de scholen om ze aan te moedigen, te ondersteunen en te faciliteren. Maar ook om ze goed te blijven begeleiden en met ze in gesprek te blijven zodat ook hun schoolprestaties op peil blijven.
Op de vraag hoe een school deze omslag moet gaan maken, heeft Evers geen kant-en-klaar antwoord. Maar centraal staat dat het samen moet, er draagvlak moet zijn, docenten pedagogisch sterk moeten zijn en over veel verschillende vaardigheden moeten beschikken. Daarnaast is creatief denken in oplossingen noodzakelijk. En Evers benadrukt meerdere malen dat hij het projectmatig werken door middel van flipping-the-classroom afwisselt met klassikaal werken en vaak overlegt met zijn leerlingen waar hun behoefte ligt. En daar gaat het tenslotte om, die onderwijsbehoefte. Volg het kind!
Tot slot
Annet sloot aan bij de lezing van hoogleraar pedagogiek en onderwijskunde Gert Biesta. Over Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Alle conferentiedeelnemers kregen aan het begin van de dag het gelijknamige boek cadeau. Tot besluit een mooie denkvraag van Biesta:
“Meten we wat we waardevol vinden of maken we waardevol wat we meten?”
Meer weten over Montessori en social media? Lees verder op www.juffemke.nl. Tips voor social media tools nodig? Kijk op www.netvibes.com/femkecools onder tabbladen Padlet, Leerkracht en Social media.