Het jaar van de Leraar van het Jaar

Standaard
Image credit: Hery Zo Rakotondramana

Veel mensen hebben de laatste weken aan me gevraagd: ben je niet blij dat je drukke jaar er bijna op zit, als Leraar van het Jaar? Mijn antwoord is nooit een eenzijdig ja of nee. Dat ligt wat ingewikkelder. Mijn antwoord begint met: ja, maar…en dan komt er van alles wat ik ga missen. Of mijn antwoord begint met: nee, en…dan komt er een uitleg over dat de drukte volgend jaar niet voorbij zal zijn. Gelukkig maar, want ik ben van die onderwijsdrukte gaan houden.

Ja, ik ben wel blij dat ik 7 oktober het stokje over mag dragen aan een volgende Leraar van het Jaar. Ten eerste omdat ik mijn ervaringen dit jaar zo fantastisch vond dat ik dit zoveel andere leraren met passie óók gun. Ten tweede omdat ik het niet altijd leuk vond om in de schijnwerpers van de pers te staan. Ik houd me liever niet bezig met de journalistieke vraag ‘waarom ik de beste leraar ben’ (ze begrijpen het altijd verkeerd). Ik vind het niet zo fijn als er een camera op mijn neus staat en ik zowel op mijn houding, als mijn blik als mijn getelde woorden moet letten. Ik houd er niet van om gemaakt te lachen en te lang in ongemakkelijke houdingen te moeten zitten omdat de fotograaf nóg niet tevreden is. Ik wil gewoon over onderwijsinhoud praten en het poseren overlaten aan mensen die dáár dan weer talent voor hebben.

Dus wat ik in elk geval niet zal missen is de media-aandacht op die manier. Maar ik moet zeggen dat ik op dat gebied wel veel geleerd heb en ik het ook niet had willen missen. Niet dat ik nu in een keer wél fotogeniek ben natuurlijk. Maar wel dat ik zonder trillende stem of klamme handen gewoon durf te praten in een camera. En omdat het altijd kort korter kortst moet – dat wat je moet zeggen (‘graag even jouw visie op onderwijs in 80 woorden’… Eh, wát!?) – leer je te komen tot de essentie van datgene waar je voor staat als leraar. En dat maakt je krachtig. Je visie helder hebben is noodzakelijk om je dagelijkse onderwijskeuzes goed te kunnen maken. Je visie helder hebben is ook een voorwaarde om te kunnen kiezen in alle aanvragen die je krijgt als Leraar van het Jaar. Mijn pijlers Passie & Professionaliteit hebben ervoor gezorgd dat ik de aanvragen langs die ‘meetlat’ kon leggen om te bepalen of ze waardevol genoeg waren om erop in te gaan, of het de tijdsinvestering waard was. Je moet zo letten op je tijd, je energie. Alhoewel ik moet bekennen dat ik nog nooit zoveel energie heb gehad als afgelopen schooljaar. Ik vond alles zo geweldig en leerzaam en ik heb zoveel mensen met passie ontmoet, dat gáf me vrijwel altijd energie.

Wat ik dan wél zal missen, zijn de inhoudelijke aanvragen: een mooi diepte-interview, een interessante paneldiscussie, pitchen voor de minister of lunchen met de staatssecretaris. Maar Leraren van het Jaar zijn niet klaar na hun jaar van roem. Ze zitten verenigd in de LerarenKamer en zijn te benaderen voor o.a. adviezen, lezingen, workshops, Lessen in Passie en hulp aan starters. Het ministerie van OC&W weet ons steeds beter te vinden, waardoor we de stem van leraren daar vaker kunnen laten horen. Dus ik word wellicht niet meer uitgenodigd om te lunchen met de staatssecretaris, maar dan nodigt de LerarenKamer hém gewoon uit om te lunchen met óns.

Mijn werkzaamheden en mooie ontmoetingen gaan volgend jaar gelukkig gewoon door. Ik zal wat minder geleefd worden, de druk is er van af, die zullen de volgende Leraren van het Jaar wat meer gaan voelen. Maar ik blijf wel bezig. Op de planning staan alweer prachtige dingen zoals het organiseren van het Starterscafé, een workshop differentiëren, een lezing over het digiknappe kind, een Les in Passie en een workshop sociale media op het Europees Montessori Congres in Lublin. Genoeg moois! En dat allemaal naast het lesgeven aan het jonge kind. Jaren ervaring met het oudere kind. Nu op naar de middenbouw. Heerlijk: weer een nieuw schooljaar waarin ik veel mag leren!

Op Leraar24 staat mijn portret, waarin ik onder andere terugblik op dit afgelopen prachtige en avontuurlijke schooljaar.

Goed, beter, best?

Standaard
Image credit: Keoni Cabral

Toen de Onderwijscoöperatie mij belde om te vertellen dat ik genomineerd was voor Leraar van het Jaar, was ik verrast. En met mij vele anderen. Gelukkig niet zozeer omdat ik het nomineren niet waard zou zijn, maar omdat maar weinig leraren weten van het bestaan van de verkiezing. En dat is toch wel zonde, want het is een mooi initiatief. Menig interviewer stelde ons* de afgelopen tijd echter de vraag: “Hoe is dat nou om de beste leraar van Nederland te zijn?”. Tja, dan heb je niet begrepen waar de verkiezing om draait. Ons antwoord is dan ook steevast: “Ik ben niet de beste leraar.”

Het zou wat zijn als dat wél de intentie zou zijn van de verkiezing. Als er gestemd kon worden door iedereen in plaats van een zorgvuldig aangestelde vakjury. Als het ging om de meeste hits op een Facebookpagina. Dan had ik vriendelijk bedankt. Dan zit ik als leraar middenin allerlei rankings. Rankings waar ik nu juist zo tegen ben, omdat deze veelal voorbij gaan aan de werkelijke onderwijsinhoud en de betekenisvolle interactie tussen leraar en leerling. Het is bovendien onmogelijk om te bepalen wie de beste zou zijn, niet in de laatste plaats omdat er maar een klein deel van onze beroepsgroep überhaupt door ouders, collega’s of leerlingen genomineerd wordt. Daarnaast impliceert het label ‘de beste’ dat het leraarschap objectief gemeten kan worden waardoor er een automatische Cito-score uit rolt van 550. Maar ons vak is bij uitstek niet te meten op die manier. Het draait niet alleen om opbrengsten en af te vinken competenties. Het draait om het bewuste, vakkundige, verantwoord handelen, vanuit mijn eigen persoon en mens-zijn en in relatie met mijn leerlingen uit wie ik het mooiste naar boven probeer te halen.

Waar draait het dan wél om bij de verkiezing tot Leraar van het Jaar? Het draait om een goede leraar. Een leraar die een inspiratiebron kan zijn voor anderen. Maar ook een leraar die zich juist láát inspireren door anderen. Want na je verkiezing ben je wel een jaar lang ambassadeur voor het onderwijs, die de taak krijgt toebedeeld om namens onze beroepsgroep onze stem te laten horen. Die luistert naar de zorgen en deze deelt met de politiek. Die zich laat inspireren en goede ideeën verder helpt te verspreiden. En die zelf ook een stem heeft die zij mag, wil en durft te laten klinken.

De verkiezing draagt ook bij aan de aandacht die onze beroepsgroep verdient. Leraren werken hard. We hebben een prachtbaan, maar blijft een enorme uitdaging, elke dag weer. En om ons vak met passie uit te blijven voeren, kunnen we af en toe wel een steun in de rug gebruiken. Maar we hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om ons te laten horen als we vinden dat het anders moet. De verantwoordelijkheid om goede argumenten te kunnen aandragen voor dat wat dan anders zou moeten. En daarmee dus ook de verantwoordelijkheid om onze kennis op peil te houden en die mening gegrond te kunnen verkondigen. En dan mogen we best vaker onze stem laten horen, bescheiden mensen als leraren zijn.

Hoe klinkt mijn stem dan? Ik roep: ga voor passie en professionaliteit! Want ook al gaat het bij de verkiezing niet om de beste leraar, het gaat wel om goede leraren. Professionals met passie. Want ik geloof dat passie voor je vak onmisbaar is bij het worden van een betere professional. Van goed naar beter. Niet naar best. Want dan zou ik klaar zijn. En dat ben ik gelukkig nooit…

* Tevens Leraren van het Jaar 2014: Joke Lorist (SO), Marloes van der Meer (MBO) en Jasper Rijpma (VO).

Deze column is eerder gepubliceerd in tijdschrift De Nieuwe Leraar, #2, 2014-2015.

Gezocht en gevonden: mezelf!

Standaard
Image credit: Andrea Schaffer

Het is alweer ruim tien jaar geleden dat ik besloot dat het allemaal even anders moest. Twee studies achter de rug, veel te hard gewerkt, relatie op de klippen. Ik wilde alleen nog maar weg van het leven dat ik leidde. Toen ik aankondigde dat ik in mijn eentje naar Nieuw-Zeeland zou gaan om daar drie maanden te verblijven, waren de reacties verschillend. Van volledig begrip naar uiterste verbazing, van jaloezie naar spot: waarom moet je helemaal naar het andere eind van de wereld om naar jezelf op zoek te gaan?

Naar mezelf op zoek gaan? Dat was ik niet van plan. Ik wist niet eens wat er te vinden zou zijn. Ik wist wel dat ik mijzelf een béétje kwijt was. Voor zover je dat eigenlijk kunt weten. Want ben je niet altijd wie je bent? Er is toch maar één ik? Maar het liep niet in mijn leven. Het gevoel geleefd te worden in plaats van zelf de keuzes te maken die voor mij werkelijk van belang waren. En als ik daarvan af wilde, wist ik in elk geval één ding: ik wil afstand van mijn dagelijkse leven, ik wil even geen contact, ik wil rust. En dat vond ik in Nieuw-Zeeland. Ik wist niet wat ik zocht, maar ik vond er van alles. En die maanden werden de start van een enorme groei die ik de afgelopen tien jaar heb doorgemaakt en waar ik enorm dankbaar voor ben.

Afgelopen schooljaar ben ik ook als onderwijsmens weer flink gegroeid, met name in zelfvertrouwen. Als Leraar van het Jaar word je namelijk toch weer een beetje geleefd en continu gevraagd voor mooie uitdagingen. Je wordt geacht voortdurend je mening te verwoorden, actie te ondernemen, jezelf te laten zien, de stem van de beroepsgroep te laten horen en tegengas te geven. In de herfst was ik nog zoekende in hoe ik dat wilde vormgeven, of ik het kon, wat ik allemaal durfde. Nu, aan het einde van de lente, sta ik volop in bloei: wat een prachtkans heb ik gekregen. Een kans die ik met beide handen heb gepakt en aangegrepen om mezelf weer verder te ontwikkelen. Het resultaat is een rotsvast vertrouwen in mezelf en dat betekent dat ik ontzettend gelukkig ben.

Alsof ik het toch nog even allemaal wilde bewijzen aan mezelf, heb ik onvoorbereid op het podium gestaan van Inspiration Shot. Onvoorbereid. Absoluut niet des Femkes. Maar het was heerlijk.

Inspiratie gezocht!

Standaard
Image credit: Delaina Haslam

Ik heb even geen inspiratie. Soms heb ik dat. Dan ben ik zo ontzettend druk, dat er even helemaal niets meer komt. Dan kan ik eigenlijk alleen nog maar voor me uit staren en afwachten. Of toch iets doen, zoals een rondje wandelen. Buitenlucht doet wonderen. Een cliché, maar die zijn vaak waar.

Even stilstaan en staren is eigenlijk heel erg goed voor mij. Want momenteel is daar weinig ruimte voor. Ik was al leerkracht en ICT-coördinator op Montessori Nijmegen, en werk daarnaast als montessorispecialist en trainer bij AVE.IK. Toen werd ik Leraar van het Jaar en stond mijn banenteller op drie. Vier eigenlijk, want ik schrijf ook voor magazines en mijzelf. Nee, vijf! Want ik ben in de eerste plaats moeder van twee zoons van 3 en 5, en ook het moederschap telt mee als baan.

Mensen vinden het soms moeilijk om te begrijpen hoe ik dit allemaal volhoud. En er zijn momenten dat ik mijzelf dat ook afvraag. Momenten waarop ik geen inspiratie heb en alleen maar kan staren. Maar op de momenten dat ik druk in de weer ben met al die banen, gaat het als vanzelf. Door uitdagende dingen te doen, houd ik mijn focus. Door prachtige ontmoetingen en gesprekken te hebben, raak ik geïnspireerd. Door dagelijks met onderwijs bezig te zijn, voel ik mijn passie. En als je gepassioneerd bent, heb je energie voor tien. Energie dus, voor vijf banen.

Mijn meest bijzondere baan is momenteel het ambassadeurschap voor het PO. Als Leraar van het Jaar heb ik de prachtige kans om de stem van onze beroepsgroep te laten horen, onder andere bij het Ministerie van OC&W. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik mag pitchen voor Jet Bussemaker over de ideale begeleiding van de startende leraar en dat ik Sander Dekker aan de tand mag voelen over zijn stokpaardje #onderwijs2032. Het betekent ook dat ik op conferenties waar vaak OVER leraren en ons vak gesproken wordt, ik de microfoon pak om als leraar toch vooral even te zorgen voor de nodige reality-check. Hoezo heb jij 34 kinderen in de groep? De gemiddelde groepsgrootte in Nederland is toch maar 25? Hoezo hebben jullie geen RT’er in huis? Dat moet toch zeker standaard zo zijn in verband met Passender Onderwijs?

Er is veel onwetendheid bij mensen die dagelijks over onderwijs praten. Omdat ze – hoe betrokken ze ook zijn en hoe goed bedoeld de plannen ook zijn – toch nooit in de klas hebben gestaan. De werkelijke en essentiële ervaring missen van ons prachtvak. En dan zie ik het als mijn taak om te benadrukken dat we ons onderwijs alleen maar mooier en beter kunnen maken als we meer ruimte krijgen. Ruimte voor onszelf. Om ons op te laden. Om te spreken met elkaar. Om de permanente onderwijsdialoog te kunnen voeren. Om onszelf te kunnen scholen en scherp te houden. Om onze passie te blijven voelen.

Zo. Inspiratie gevonden! Ben ik toch nog geïnspireerd geraakt. Hopelijk jullie ook. Ik heb in ieder geval mijzelf geïnspireerd. En dát kunnen, is het belangrijkste.

Deze tekst is eerder als column verschenen in Montessori Magazine, 38-3

A call for a happy leader

Standaard
Image credit: Takashi Hososhima

The happy teacher, that’s what it’s all about. Feel passionate about your job, discover your talents and know how to inspire others. What makes you proud? Show yourself!

Open the doors of your classroom and invite parents and colleagues. Show them who you are, what drives you and what you find important in your work. You reflected on your classroom practice, you are aware of your choices. But also try to be open to feedback. Don’t be afraid of critical questions, because they keep you focused. Welcome feedback that helps you in your professional development. Because your development is important. You want to see your students develop themselves, so set an example.

Do not only set an example, but also try to engage your students in your teaching practice. Work together to make education more personalised, stronger and more innovative. Give them a voice in the group process, in their own learning process, but also in your learning process. Give them space and time to learn, but moreover, allow yourself that space as well. Ask for feedback, so you know what steps to take the next day.

Follow your students, they often have the answer. Is there a moment of hesitation and you don’t know how to help your student along? Just ask! Students know so much, first of all about themselves, what drives them, what they need, their motivation, their learning styles. Is something wrong in your relation to the group? Tell your students how that makes you feel and let them know you really need them to be able to continue learning together. Be open and honest, be yourself and your students will help you.

Students are your mirror. Dare looking into it and you will grow. The learning teacher, the enjoying, happy teacher. You. That’s what it’s all about.

On the day that the jury of the Education Cooperative (Onderwijscoöperatie in Dutch) decided who should be Teacher of the Year 2014, the above was my statement. It is essentially about all educational leaders. Not only teachers, but also school leaders and school boards. When I think about my own leadership, leading my students, then this is the leader that I want to be:

the happy leader, who enjoys his profession;
the learning leader, who continues to develop himself;
the honest leader, who is open and himself;
the listening leader, who listens without a hidden agenda;
the observing leader, who looks without prejudice;
the supporting leader, who coaches and helps;
the encouraging leader, who supports and compliments;
the trusting leader, who provides the necessary space;
the steering leader, who helps to watch certain necessary boundaries.

If I want to grow as a teacher I need my school leader in a way a student needs his teacher.

I long to be seen. Just some attention in the hallway. Come and have a look in my classroom. Not because you feel it is your task to do so as a school leader, to observe me. No, just because you are curious about what I do with my students.

I also need to be heard. I want to tell you what’s on my mind, what worries me, but also let you know what drives me, what I am good at, what my powers and talents are, so you know this, and in order for me to have the opportunity to use these talents in our school.

And I would obviously like to be taken seriously. I would like to participate in school policy, deciding what makes our school ours. Because the school is of us all. We do it together, otherwise our mini-society is unstable.

I do realise that I am a teacher who feels an unlimited passion for her profession. That I am a teacher who is always looking to do better, how to develop professionally in such a way that I can really connect to my students and will be able to give them more space, to find their own powers and develop their talents. I realise that I am probably part of a certain minority. Those teachers who read a lot, talk and write about education, which makes them feel energetic. Those teachers who don’t even realise how many hours they work. Who continuously look for possibilities and new challenges, who actively and constructively participate in the discussion with their school leader to keep looking for a way to better education.

But I am convinced that we can reach more teachers. They, too, can be open to change and willing to go for it. But you have to give them the trust they need and the time and space they need for their passion, their powers and talents. And also give them time to develop professionally and be able to adjust to new situations. To cope with certain structures or demands; things that are sometimes inevitable in a school organisation. But then make sure – to end with one of the principles of my heroine Maria Montessori –that you provide freedom, freedom within those necessary structures and boundaries.

This was my story at the NIVOZ conference ‘Leadership in Education’, September 24th, 2014.

Teacher: show yourself!

Standaard
 Image credit: Jenny Downing

One of the topics at the Teachers’ Congress, organised by the Education Cooperative (in Dutch it is the Onderwijscoöperatie, the organisation of teachers, run by teachers, for teachers), October 2014, was the much discussed Teachers’ Register (in Dutch: Lerarenregister) . In 2017, all teachers will be obligated to register to prove their continuous professional development. Obligated. Again, this particular word that leads to the resistance of teachers. And that is a shame, because the Teachers’ Register can also be an opportunity to strengthen our professional branch. By presenting our professional development, we become stronger together.

The right to good education

The register is an opportunity to show that you are a professional. The professional who keeps developing himself, because our society keeps changing. The professional who knows that his teaching needs to keep developing too, because you prepare your students for the future. This means you cannot stand still. Indeed, you are indebted to your students to keep developing yourself professionally. They have the right to have a teacher who keeps himself informed and keeps looking for the knowledge and skills he needs, to be able to cope with new challenges such as Inclusive Education. They have the right to have a teacher who knows about the latest scientific insights and theories and tries to include new insights into teaching. Students can thus count on their teacher being able to connect to them and their educational needs. So that they can rely on being educated well.

In my statement A call for a happy teacher, I ask teachers about their passion, powers and talents. I encourage them to open their classroom doors and to show who they are, what they stand for and what they are proud of. Surely, are we not exactly the same as our children? They who love to show what they are proud of? They who grow when they get attention and then are encouraged to learn more and show even more of themselves?

Teacher: show yourself!

Be proud of your professional development. Show this to your nearest, direct colleagues, but also to other, indirect colleagues. We have such a beautiful profession. Together we can do so much more and strengthen our professional branch and make sure our voice will be heard. That is what we want, is it not? That people listen to us? That education is organised bottom-up and not top-down? But if we really want this, then we have to take responsibility. We need to be responsible for our own professional development. We need to ask for personalised training, training yóu need, to become a better teacher. Training that fits your personal and professional needs.

Because then you will be interested; intrinsically motivated. Then you want to learn. Then you have the knowledge to help yourself and your students develop themselves. And that leads to greater job satisfaction.

And then it takes no effort at all to scan your well-deserved certificate or diploma and upload it to the Teachers’ Register. In point of fact, if you are proud of what you have learned and achieved, you want to show this. And that is possible, among other things, in the Teachers’ Register. Oúr register, which will be a starting point for our professional branch to manifest itself. We will show ourselves!

This blog is a translation of the previously published blog Teacher: show yourself!

Mijn internationale schoolreis

Standaard
Moraine Lake, image credit: Norio Nakayama

Het begint nu toch wel erg te kriebelen: voor het eerst in mijn leven staat er een ‘zakenreis’ op het programma. En niet zomaar een: een onderwijsreis naar Banff, Canada, eind deze maand. Nooit gedacht dat ik die mooie plaats in de prachtige Rocky Mountains voor mijn werk zou bezoeken. Het zat eerder in de planning om er met mijn man (en kinderen) naar terug te keren, aangezien ik er in 2008 getrouwd ben. Toen stond Canada in het teken van liefde en prachtige bergwandelingen. Nu staat de reis in het teken van liefde voor het vak en mooie schoolbezoeken.

TALIS en ISTP

Banff is de locatie van het 3e ISTP: International Summit on the Teaching Profession. Het is een onderwijstop  georganiseerd door CMECTLPOECD en EI, voor o.a. politici, bestuurders en schoolleiders. Men stelt onderwijsthema’s aan de orde die onder andere worden vastgesteld naar aanleiding van de uitkomsten van het TALIS-onderzoek. TALIS, dat staat voor Teaching and Learning International Survey, is een grootschalig OECD-onderzoek onder leraren en schoolleiders van ‘middle schools’ (onderbouw VO) in 34 landen, waaronder Nederland.
Aan TALIS 2013 hebben ongeveer 2000 leraren en schoolleiders in Nederland deelgenomen. Het onderzoek vroeg o.a. naar hun professionele ontwikkeling, feedback en beoordeling, hun begeleiding en zeggenschap binnen de organisatie, en de status van het lerarenberoep. Thema’s die ook in de Lerarenagenda aan bod komen.

Professionalisering

Een van de uitkomsten van TALIS is dat Nederlandse leraren minder intensief samenwerken dan hun buitenlandse collega’s en dat ze minder vaak langdurige scholing volgen. Voor het Ministerie van OC&W zijn zulke uitkomsten belangrijk om te kijken waar hun beleid zich op moet gaan richten. Het ministerie benadrukt gelukkig vooral te willen faciliteren en dat de versterking van de beroepsgroep moet komen uit initiatieven van de leraren zelf, want De leraar maakt het verschil, aldus Bussemaker en Dekker. In 2018 is de volgende ronde van TALIS. Daarna kan geconstateerd worden of er vooruitgang te zien is en of de beroepsgroep als geheel laat zien zich sterker te profileren als ‘lerende professional’.

Als ambassadeur ga ik voor Passie & Professionaliteit en probeer ik mijn collega’s te inspireren om leiding te geven aan hun eigen professionele ontwikkeling, wat er voor zorgt dat je passie blijft voelen voor het vak. Ik ben dan ook blij dat de focus van de TALIS-conferentie van aanstaande woensdag 11 maart, ligt bij professionalisering van de leraar, waarbij ik dan speciaal geïnteresseerd ben in het leren van elkaar en het samen inhoud geven aan het onderwijs. De breakout sessions die ik ga volgen zijn dan ook: Problems and possibilities for teacher learning in schools, Teacher Leadership en Professional development and collaborative learning of teachers and school leaders.

Gevulde backpack

Na de TALIS-conferentie hoop ik met een backpack aan kennis en inspiratie huiswaarts te keren om me verder te gaan voorbereiden op onze internationale schoolreis naar Canada, een bijzondere reis die ik mag gaan maken met mijn zeer gewaardeerde collega-Leraren van het Jaar, Joke Lorist-KlappeMarloes van der Meer en Jasper Rijpma.
Het is prachtig, zo’n internationale top over het onderwijs. Want ik denk dat in deze wereld, die kwetsbaarder is dan ooit, een goede internationale uitwisseling en samenwerking onontbeerlijk is. En ik ben trots op ons ministerie, dat als een van de weinigen, wellicht het enige, heeft besloten om ook daadwerkelijk leraren mee te nemen naar de top. Zodat er niet voor de zoveelste keer OVER het vak en OVER de leraar wordt gepraat, maar ook MET. Ik vind het dan ook belangrijk om me goed in te lezen en voor te bereiden, zodat ik wat te brengen heb, naast dat ik ‘ga halen’.

De gekozen thema’s voor dit jaar spreken mij erg aan: leadership, recognition and efficacy en innovation strategies. Om te zorgen dat ik mijn visie op de thema’s ook kan delen, ben ik enkele van mijn eerder gepubliceerde blogs aan het vertalen, waarvan de eerste online staat, die valt onder innovation in het kader van de inzet van ICT en sociale media in het onderwijs: Digismart students help you to help yourself! Ook zal ik in Canada wijzen op een blog met een voorbeeld van ‘good practice’ over vakintegratie en cosmic education en de blog Montessori and social media: challenges and treasures for a new age of learning. In het kader van de andere twee thema’s wil ik de blogs Oproep aan de gelukkige leider en Teacher: show yourself! nog vertalen. In deze laatste blog verwijs ik naar het Lerarenregister, dat ik graag in Canada onder de aandacht wil brengen in het kader van professionalisering en het versterken van onze beroepsgroep.

The beautiful risk

Ik probeer me goed voor te bereiden. Dat betekent ook mijn Engels weer even scherpstellen. Het vertalen van mijn blogs helpt daarbij, al blijft het soms enorm zoeken naar de juiste vertalingen van specifieke onderwijstermen. Het helpt dan natuurlijk om in het Engels over onderwijs te lezen. Momenteel lees ik The beautiful risk of education van Gert Biesta, een boek dat ik ook in mijn backpack stop om te showen in Canada. Want als er iets essentieel is voor mijn eigen professionele ontwikkeling en de weg naar het vormen van een sterkere beroepsgroep, dan is het wel de erkenning dat goed onderwijs alleen mogelijk is als we samen risico’s durven nemen. Risico’s die leiden tot waardevolle ervaringen, waarop we reflecteren, zodat we leren en blijven leren en rechtdoen aan de mogelijkheden van onze leerlingen en die van onszelf.

“The most important attitude that can be formed is that of desire to go on learning.”

“If we teach today’s students as we taught yesterday’s, we rob them of tomorrow.”

“Education is not preparation for life; education is life itself.”

Citaten van John Dewey, bron Goodreads.

 

Deze tekst is ook gepubliceerd onder Lerarenblogs van de Onderwijscoöperatie.

Storm in de klas

Standaard
Image credit: maxime raynal

Je hebt zo van die dagen. Storm op komst, zeggen we dan. Een ochtend met wiebeligheid, kriegeligheid, irritaties en akkefietjes. En dan krijg je je groep terug na de middagpauze: de stapelwolken van de ochtend, zijn op het plein donderwolken geworden, met bliksem en regen terug in de klas…

Ik loop naar binnen en zie het al: gebarende kinderen, schreeuwende monden, hevige snikken, troostende armen en boze blikken: storm in de klas. En daar sta je dan. Handen vol klappers, nakijkwerk en kopieën, want je had natuurlijk een middag vol mooie activiteiten gepland. Maar je voelt de vijandige energie. Kinderen staan tegenover elkaar. Ze zijn intensief bezig met elkaar en zien jou niet binnen komen. Sterker nog, ze reageren niet eens op het stiltesignaal.

Dan weet ik genoeg. Mijn voorbereide les heeft nu geen zin. Hun hoofden zitten vol en hun oren dus dicht. En zonder aandachtig publiek, heeft mijn optreden weinig zin. Dus ik besluit: we nemen een emotie-time-out.

‘Jongens, luister. Iedereen gaat rustig naar zijn eigen plaats. Over een half uur pakken we het samen op, maar nu lukt dat niet. Kinderen die zich boos voelen, nemen de tijd om rustig te worden. Ga dan bij jezelf na: waarom ben ik zo boos? Wat had ik anders kunnen doen of hoe had ik anders kunnen reageren? Kinderen die verdrietig zijn, laten hun tranen even lopen. Dat is goed en het zal opluchten. Let op je diepe ademhaling en word rustig. Bedenk dan: waarom ben ik zo verdrietig? Wat zal mij dadelijk helpen om me weer fijner te voelen? Kinderen die getuige zijn geweest van het conflict: wat was jouw rol? Had je hulp kunnen halen? Had je zelf kunnen helpen? Kinderen die geen idee hebben waarover dit gaat; pak lekker een boek en duik even weg. We zijn nu allemaal stil en om half twee gaan we in de kring om het te bespreken.’

Het werkt. De rust keert terug. Het snikken wordt zachter. De gefronste wenkbrauwen verdwijnen. Er wordt dieper adem gehaald, de spanning verdwijnt en het is stil. Een half uur later schuift iedereen in de kring. We beginnen met een vraagrondje. Meedoen is niet verplicht. Iedereen maakt de volgende zin af: Ik voelde mij verdrietig / boos, omdat… Het delen van de emotie lucht op. We doen dit zonder oordeel naar de ander, omdat we allemaal het recht hebben ons te voelen zoals we ons voelen. Doordat we goed luisteren naar de eerlijke boodschap van de ander, ontstaat er begrip voor de ander en treedt (de oorzaak van) het conflict naar de achtergrond. Er wordt zelfs door enkele kinderen toegegeven dat ze eigenlijk niet eens meer weten wat er nou precies aan de hand was of waarom ze nou precies boos waren op elkaar. Dit wekt gegrinnik op; we realiseren ons hoe belachelijk groot we kleine onbelangrijke dingen kunnen maken, hoe weinig we daarmee opschieten, hoe nutteloos het is om te blijven hangen in boosheid. Samen ontspannen zijn is veel fijner. Dus sluiten we af met een kringspel, waarbij we elkaars maffe kreten en gekke bewegingen imiteren. Er wordt flink gelachen. En de zon breekt weer door.

Deze tekst is eerder gepubliceerd in tijdschrift De Nieuwe Leraar, januari 2015.

Digismart students help you to help yourself!

Standaard
Image credit: Elizabeth Ann Colette

I have been wondering for quite a while now: is it not the time for a tenth intelligence? After the familiar eight and latest ninth – cosmic smart – I think it’s high time for digismart.
Teachers often feel that they are overtaken by mediawise students. And this feeling is justified, as it is often a fact. The mediawise young pass us by and they are smart. Digismart.

Since I have been experimenting with social media in the classroom, my admiration for our digismart students has only increased. They embrace ICT and social media and  immediately start using new tools: without fear and with an open, enthusiastic, curious and investigatory mind. They easily pick up a tool and dare to learn by doing, experimenting and consulting each other and pass you by. Well, in my class that is exactly what I hope will happen. Classmates are each other’s – and my –  ‘digismart digimates’. They help me to help myself in our digital world.

By experimenting together with your students, they feel challenged (competence). By giving them the opportunity to discover and try out new things on their own, they grow more independent and feel more responsible (autonomy). And by trusting them and pointing out that you need their help and feedback, the relation between students and teacher strengthens (relatedness).

I show students the basics of a certain tool. Then it is their turn to experiment in order to discover more possibilities. By learning together, using the computer/tablet/smartphone, and by presenting their digital discoveries, digital learning spreads like oil. And it’s not only students who learn from each other, it is me too! This joint learning process makes us proud! Examples:

  1. A boy offers to look into the privacy settings of Padlet, as I am not able to answer his classmate’s question immediately. Later that day, he explains the settings to us all, so that we can safely start using this beautiful tool.
  2. After showing the possibility of online collaboration with Google Drive, three girls dive eagerly into it and give a how-to-presentation a few weeks later.
  3. One girl really got the purpose of social media and posts positive tweets and compliments to others, including the teacher. More children follow her example.
  4. I started blogging on my new site and tell my students why I like it. Then I show them Weebly, a site that I expect to be easy to use if they would like to start blogging too. I don’t have the time to find out all the workings of Weebly, but some boys immediately sign on and go to work and a week later they are able to tell us the ins and outs of the tool.
  5. After some students have experimented with Scratch under the guidance of a parent, I appoint them ‘Scratch ambassadors’: in no time they have half the class starting to learn the basics of programming.

Children know so much and are able to do so many things. I learn from them, every day. By observing them, having lots of conversations with them and by asking their feedback. Also by using social media. I see hidden ‘digitalents’: ‘slower’ children that are digitally quick. ‘Silent’ children who show themselves through Twitter, Padlet or blogging. A group of music smart children who form a band and present themselves through social media. School and home become interwoven. Learning continues. With classmates, with me: together, by using social media.

All this takes place in a safe (digital) learning environment. Before diving into this social media adventure, I focused on media education first. Because media skilled young are not by definition mediawise. On the contrary. So allow ample time to learn about and focus on positive behaviour online (THINK before you post), privacy on the internet and citation. And still: we discuss media wisdom every day.

Social media are part of my teaching and learning. By using them, we collaborate, share and communicate. We started using simple tools; Padlet, Popplet and Twitter are already blended in our learning. But I’d like to try more and there are plenty of tools to be discovered. The main challenge is to get through this media jungle, pick tools that you think could help you achieve your teaching goals and experiment with them. Together with your students. Make them your partners in experimenting and learning. Enhance their involvement. Give them responsibility and learn from them and with them. By having faith in the power to learn, of both yourself and your students, you are able to embark on a beautiful digital adventure: experiment, learn and enjoy!

The film Social media in de klas, made by my class (@Groep67MN), shows students engaged in using social media.

This blog is a translation of the previously published blog Digiknappe digimaatjes.

A version of this blog has also been published in a book on innovation in education, called ‘Education heroes: 60x proof it is possible’ Onderwijshelden: 60 x het bewijs dat het kan.

Klaar voor de start!?

Standaard
Image credit: JakeandLindsay Sherbert

En daar sta je dan: vers van de PaboPers, een rugzak vol frisse ideeën, mooie idealen en goede moed…

Maar je begint natuurlijk als invalkracht. ‘s Morgens pas opgeroepen worden om een zieke te vervangen. En je denkt: ach, het is toch eigenlijk wel mooi, om te beginnen als invaller. Want dan zie je tenslotte veel meer soorten scholen dan slechts die paar stagescholen.
Maar dan sta je ineens op een school in een achterstandswijk, waar je nog geen ervaring mee hebt. En je denkt: ach, het is toch eigenlijk wel fijn dat ik nu gewoon veel kansen krijg om nieuwe ervaringen op te doen.
Maar je vergeet dat je een hoop bagage niet hebt, zoals kennis van NT2. En je denkt: ach, het is een groep 3 van 16 kinderen. Ik heb toch stage gelopen in een groep 3 van 25 en dat ging prima.
Maar je vergeet dat dat op een klein dorpsschooltje was. En dat wellicht gedragsproblematieken niet zo aan de orde waren daar. En je denkt: ach, ik heb toch ervaring met een groep 8 van 37 brutale pubers, dus dat zal toch wel goed komen.
En je begint vol goede moed aan je eerste invallersklus in die achterstandswijk, in groep 3, met 16 kinderen.

Maar ik fietste na de eerste dag huilend naar huis. Compleet afgepeigerd, niet wetend wat me allemaal overkwam. Gedragsproblematiek (Hij is zes, maar hij doet niet wat ik zeg!?), NT2 leesonderwijs (Ik kon toch altijd zo goed uitleggen, waarom lukt het hier na 3 keer nog niet?), werken met een zeer ervaren duo / rt’er (Ik vraag maar niet al te veel hulp, want ik was zo zeker van mijzelf in het sollicitatiegesprek en ik moet het natuurlijk wel waarmaken, bovendien wil ik gewoon een baan, dus ik ga niet zomaar zeggen dat het me niet lukt…)

Van valse start naar doorstart

Ik ben een doorzetter en probeerde het eerst zelf. Maar de dagen erop ging het niet beter en de tranen bleven komen. Wat een desillusie, wat een valse start…Na drie weken trok ik toch aan de bel: dit ging ik niet volhouden zo. De directie pakte het goed op. Ik kreeg hulp in de klas en maakte de vervangingsklus af. Het ging. Niet altijd van harte, maar het ging. En natuurlijk was het heel leerzaam. Maar ik was nog nooit eerder zó toe aan de zomervakantie.

Mijn valse start werd gelukkig volledig overschaduwd door een volgende invalklus, op een school waar ik al twee keer stage had gelopen, waar het team mij kende en waardeerde en waar het onderwijs op een manier werd ingericht waar ik ook achter stond. Een heerlijk jaar in groep 5, met fijne ouders en behulpzame collega’s om mee samen te werken. Mijn valkuil was echter nog steeds het allemaal zelf te willen doen en geen hulp te vragen. Het team was ook een grote mate van zelfstandigheid van mij gewend; ik had tenslotte mijn stageklassen ook vrijwel alleen gedraaid. Maar ja…toen had ik niet óók alle oudergesprekken, verplichte vergaderingen, scholingsmomenten, administratie, rapportages en deelname aan taakgroepen. En ik deed het allemaal maar gewoon. En het ging ook wel, maar het was wel veel. Ik had eigenlijk vrijstelling van taakuren moeten krijgen. Maar mijn enthousiasme bracht me ver. En ik werkte ‘maar’ vier dagen. Dat betekende dat ik de vijfde dag volledig kon benutten om alles bij te kunnen houden. En dan was ook het weekend lang niet altijd werkvrij. Maar ik genoot van de kinderen en ik had plezier in mijn werk.

Na de vervangingsklussen solliciteerde ik op mijn huidige baan. Daar werd ik goed begeleid door de directie en vrijgesteld van taken. Wel ging ik al na een half jaar de montessoriopleiding doen en opnieuw was het veel. Hielp ook niet dat ik een perfectionist was natuurlijk. En dat hulp vragen nog steeds niet mijn sterkste kant was. Maar ik leerde het wel. Ik heb uiteindelijk zelfs een coach gevraagd, waardoor ik enorm groeide in mijn vak en als mens. Die jaren, werkend met kleuters, geïnspireerd door mijn montessoriopleiding, en gesteund door collega’s, leidinggevenden en mijn coach, heb ik het vak pas écht geleerd.

En nu een goede start!

3 December jl. mochten de Leraren van het Jaar 2014 bij Jet Bussemaker pitchen over de ideale begeleiding van de startende leraar. Natuurlijk had ik daar zelf ideeën over, maar ik vind het als ambassadeur van het onderwijs belangrijk dat ik input vraag uit het werkveld. Dus stelde ik de vraag op Twitter. Daar kwamen veel mooie en waardevolle reacties op. Uiteindelijk gaat mijn pitch in op drie onderdelen: verlichting van de letterlijke werkdruk (urenmindering), verlichting van de beleving van de werkdruk (kennisopbouw) en samenwerking met de Pabo (overgang). Hier volgt mijn pitch.

Het belangrijkste is dat de startende leraar geniet van zijn werk. Om te zorgen dat dat werkplezier niet in gevaar komt, is het nodig dat hij geholpen wordt met de letterlijke werkdruk, de beleving van de werkdruk en de overgang van de Pabo naar de werkvloer.

Helpen met het verlichten van de letterlijke werkdruk kan in de vorm van urenverlichting in het eerste werkjaar (opbouw van werkdruk):

  • geen extra taakuren naast het begeleiden van de klas;
  • geen deelname aan vergaderingen die niet direct noodzakelijk zijn;
  • een dag per maand uitgeroosterd worden om deze te kunnen besteden aan onderwijsverdieping in de vorm van onderwijs ontwerpen of eigen professionalisering.

Helpen met de beleving van de werkdruk kan in de vorm van:

  • wekelijks contact met een ervaren, innovatieve, directe collega (die hier taakuren voor krijgt) die een luisterend oor biedt en helpt bij relativeren en prioriteren;
  • structureel contact met andere startende leraren van andere scholen onder begeleiding van een onderwijscoach, bijvoorbeeld het Starterscafé, waar ook invallers van harte welkom zijn (wanneer dit door een bestuur in samenwerking met de Pabo wordt georganiseerd, waarborg je de doorgaande lijn en waardevolle terugkoppelingen en ondervang je het buitensluiten van invallers en starters met tijdelijke contracten);
  • extra budget voor verdere professionalisering van starters waarmee hiaten in de noodzakelijke kennis direct kunnen worden opgevuld (het moet ook normaal zijn direct te kunnen aangeven waar de leerbehoefte van de starter zit, zonder dat hij het gevoel heeft er op afgerekend te worden; begeleiding los van beoordeling).

Helpen bij de overgang van de Pabo naar de werkvloer door samenwerking:

  • de Pabo komt niet alleen in de scholen, de scholen komen ook in de Pabo (leerkrachten geven daar les);
  • de Pabo hanteert een flexibelere invulling van opdrachten: de student krijgt meer mogelijkheden om ze op die manier uit te voeren zodat het past bij de stageschool en niet andersom (als starter en in het bijzonder invaller moet je ook direct flexibel kunnen werken binnen een bepaalde schoolorganisatie en – visie);
  • de Pabo geeft nazorg: een begeleider uit de Pabo volgt de startende leraar minimaal nog één jaar, waardoor de Pabo vanuit de oud-studenten directe nuttige feedback krijgt op de inrichting van de lerarenopleiding.

Ben je startende leraar? Kijk eens wat de LerarenKamer van de Onderwijscoöperatie voor je kan betekenen.

Deze tekst is ook gepubliceerd onder Lerarenblogs van de Onderwijscoöperatie.