Smullen in Singapore

Standaard
Image credit: Leonid Yaitskiy

Al tijdens mijn inhoudelijke voorbereidingen voor de reis naar Singapore met de delegatie* van Sander Dekker, liep mij het water in de mond. Wat is het daar goed geregeld voor leraren, bijna onwaarschijnlijk. Mooi dat ik het zelf kon ervaren dus; eerst proeven, dan geloven!

Tijdens onze bezoeken aan een school (Temasek Polytechnic), de lerarenopleiding NIE, het bij- en nascholingsinstituut AST, een universiteit (NTU), de vakbond STU en het Ministry of Education (MOE) werd mij meteen duidelijk: ze spreken hier dezelfde onderwijstaal. En dat maakte indruk op me; de voelbaarheid, hoorbaarheid en zichtbaarheid van de gemeenschappelijke, gezamenlijke focus op goed onderwijs, en wel ‘toekomstbestendig onderwijs’, waar het ministerie zich op richt: we zijn nooit klaar.

In de hele curriculumdiscussie Onderwijs2032 is dat nu precies de uitdaging. Het onderwijsveld bij uitstek moet in beweging blijven, aangezien wij mensen helpen zich voor te bereiden op deelname aan de maatschappij. En die verandert. Dus we zijn nooit klaar. En dan ben ik blij met het rapport van de Commissie Schnabel waarin het belang van personificatie en socialisering wordt benadrukt. Want als we nooit klaar zijn, zullen we in elk geval houvast moeten zoeken in wie wij zijn, met wie wij zijn en waar wij voor staan.

En toen stond ik opeens voor de ingelijste ‘Desired Outcomes of Education’ (DOE) aan de muur van de Academy of Singapore Teachers (AST). Deze outcomes zijn leidend voor alle leraren in Singapore. Of ze nou werken in het PO, aan de universiteit of op de lerarenopleiding, dit is hun gemeenschappelijke taal. Oók dat van het ministerie. Of misschien beter gezegd: júist van het ministerie. Want alle leraren-in-opleiding en leraren zijn in directe dienst van het ministerie en in wezen uitvoerders van het beleid. (Waarover ze gelukkig ook wat te zeggen hebben, door de inrichting van de Career Tracks in Singapore.) De DOE fungeren als gemeenschappelijk onderwijsdoel, als basis voor beleid en als evaluatie-instrument: doen we nog steeds het goede in ons onderwijssysteem? Iedereen die is opgeleid door het Singaporese systeem is:

  • confident person who has a strong sense of right and wrong, is adaptable and resilient, knows himself, is discerning in judgment, thinks independently and critically, and communicates effectively;
  • self-directed learner who takes responsibility for his own learning, who questions, reflects and perseveres in the pursuit of learning;
  • an active contributor who is able to work effectively in teams, exercises initiative, takes calculated risks, is innovative and strives for excellence; and,
  • concerned citizen who is rooted to Singapore, has a strong civic consciousness, is informed, and takes an active role in bettering the lives of others around him.

MOE legt de lat hoog, maar het is wel een mooie lat. En het ministerie is zich ook bewust van de uitdagingen: bilingualism, teaching to the test, parental pressure, special needs education. Ze zijn zoals gezegd nooit klaar. Maar ze hebben wel een mooie en belangrijke visie. Ze leiden leraren op die een gemeenschappelijke taal spreken en dezelfde eed afleggen. Er is sprake van een professionele standaard, eenzelfde overkoepelende visie, een gedeeld kompas:

Singapore Teachers: Lead. Care. Inspire.

Ok, misschien is er veel voorgeschreven. Ook het curriculum is gedetailleerd beschreven. Maar het geeft ook een duidelijk houvast. En leraren ervaren genoeg ruimte in het hoe. Ze krijgen bovendien alle ruimte om daaraan te werken. Maximaal 18 lesuren per week, 100 professionaliseringsuren, alle scholing en nascholing wordt betaald door MOE. Sterker nog, je wordt al betaald als je aan de lerarenopleiding begint. Er is veel respect en zorg voor de leraar. Ze worden ook veel betrokken in het beleid doordat iedereen direct in dienst is van het ministerie. Geen bestuurslaag, wat een efficiëntie.

Dat kan natuurlijk wantrouwen opwekken hier in Nederland. Vooral bij diegenen bij wie de nekharen direct overeind gaan staan bij het horen van ‘top-down’. Maar er zijn tegelijkertijd ook vormen van bottom-up. Hoe leraren tijd krijgen om samen te werken aan het curriculum, feedback kunnen geven aan MOE wanneer het curriculum herzien wordt, zichzelf blijvend mogen professionaliseren waarbij er mooie carrièreperspectieven zijn en talent erkend en breder ingezet wordt. Een beetje sturing is niet zo erg. Het kan leiden tot een gemeenschappelijk doel, het enige doel dat voor mij geldt als het gaat om onderwijs: onderwijs maak je SAMEN. Samen optrekken, samen de dialoog blijven voeren, samen komen tot goed onderwijs en alle institutionele en/of individuele belangen loslaten en proberen te vertalen naar duidelijke rollen en verantwoordelijkheden. De uitdaging zit hem in ons fragmentarische Nederlandse onderwijssysteem en het doel om de neuzen dezelfde kant op te krijgen. En voor mij is er maar een richting mogelijk: we moeten kijken in de richting van het kind. (De toekomst van) onze kinderen, daar werken we samen toch uiteindelijk allemaal voor?

Voor mij was het smullen in Singapore. Zou ik daar leraar zijn, dan zou ik snel doorgroeien tot Senior Teacher, om junior teachers te mogen coachen en op mijn beurt van hen te leren. Ik zou vervolgens willen doorgroeien tot Lead Teacher en Master Teacher, om mijn expertise in te kunnen zetten in een breder netwerk van scholen en mijn eigen kennis te verrijken. Misschien zou ik na het geklim op deze eerste ladder, de Teaching Track, graag willen opschuiven naar de tweede, de Leadership Track en een leidinggevende positie krijgen op een school of het ministerie. Wellicht zou ik door willen schuiven naar de derde track, de Specialist Track, volledig aan de slag bij het ministerie, zodat ik mijn tanden kon zetten in curriculumbeleid. Ik zou keuzes hebben, brede groeimogelijkheden en ik zou volop gesteund worden door collega’s, leidinggevenden en het ministerie:

Teachers are the key to everything that is being done in Education. (…) different teachers have different aspirations. (MOE) 

Precies. En we willen gezien en gehoord worden!

 

*De delegatie bestond uit:
Sander Dekker, Staatssecretaris, OCW
Christianne Mattijssen, directeur VO, OCW
Rinda den Besten, voorzitter PO-raad
Paul Rosenmöller, voorzitter VO-raad
Joost Kentson, voorzitter Onderwijscoöperatie
Ingrid Brummelman, voorzitter Platform 2032
Jelmer Evers, leraar VO, genomineerde Global Teacher Prize 2015 (Blog Lessen uit Singapore)
Jasper Rijpma, leraar VO, Leraar van het Jaar 2014
Joke Lorist-Klappe, leraar SO, Leraar van het Jaar 2014
Femke Cools, leraar PO, Leraar van het Jaar 2014
Sander van Dam, woordvoerder, OCW
Hans Balfoort, Internationale relaties, OCW

 

 

Advertenties

Mijn digitale leer-plicht

Standaard

Image credit: Jeremy Keith

Juf, kijk eens wat een mooie steen ik in de vakantie gevonden heb?
Ja, Niels, die is bijzonder. Waar heb je hem gevonden?
In de bergen in Oostenrijk. Mag ik hem nu verder onderzoeken?
Natuurlijk mag dat, goed idee. Laat me straks zien wat je geleerd hebt.

Juf, kijk een wat een handige app ik in de vakantie ontdekt heb?
O, Saar, die ken ik niet. Wat kun je ermee?
Je kunt de tafels handig oefenen. Mag ik ze nu oefenen met mijn smartphone?
Natuurlijk mag dat, goed idee. Laat me straks zien welke vorderingen je gemaakt hebt.

Ik stimuleer kinderen om te komen met dat wat ze willen leren of onderzoeken. Dat wat op dat moment hun leerbehoefte is. Ik ben een gelukkige leerkracht als die intrinsieke motivatie er is, als het leren als vanzelf gaat, omdat het betekenis heeft en als zinvol wordt ervaren door het kind. Die leerbehoefte kan werkelijk van alles inhouden. Naast een variatie aan leerinhouden betekent het natuurlijk ook een variatie aan leerstijlen. Ik houd rekening met de meervoudige intelligentie en denk dat het de hoogste tijd is om – naast de nieuwste negende intelligentie, filosofeerknap – ook oog te hebben voor een tiende: digiknap.

Ik werk volgens het principe van ‘bring your own device’ (BYOD) en kinderen krijgen de vrijheid om op hun device te werken tijdens werktijd. Tijdens mijn ronde bevraag ik hen op wat ze doen, hoe het werkt, welk doel de app, tool of sociaal medium heeft, wat ze ervan leren en hoe. In wezen geven ze mij dan een lesje en niet andersom. Zij helpen mij het zelf te doen in onze snel veranderende digitale wereld.

Mijn taak is aan te sluiten bij de leefwereld van onze kinderen. Mijn taak is de gevoelige perioden te herkennen en daarop in te spelen. We moeten de digitale leermogelijkheden dus omarmen. Niet omdat ze er nu eenmaal zijn, maar omdat veel kinderen aangeven het prettig te vinden digitaal te werken, leren, samen te werken en te communiceren. Het is hun wereld, dus ook de mijne. Ik ben het als hun leerkracht aan ze verplicht om mij te verdiepen in hun wereld. Om ervoor open te staan. Om mee te bewegen. Om zelf te leren.

Moet ik dan zelf alles kunnen op gebied van ICT? Moet ik dan zelf alles weten over het aanbod van allerlei apps? Moet ik dan zelf persé gebruikmaken van sociale media?

Nee, dat hoeft niet. Want juist de kinderen kunnen mij daarbij helpen. Zij zijn de specialisten. Zij zijn onze digiknappe digimaatjes. Ik laat hen uitzoeken hoe een app werkt en er mij verslag van doen. Ik laat ze de klas vertellen hoe ze een website hebben gemaakt, zodat anderen er ook mee aan de slag kunnen. Ik laat een ouder samen met een groepje leerlingen de beginselen van programmeren ontdekken, zodat ik daarna Scratch-ambassadeurs in de klas heb die anderen en mij kunnen helpen het zelf te doen.

Wat is mijn eigen digitale leer-plicht als leerkracht dan nog? Ik moet de basisvaardigheden zelf beheersen. Ik moet weten hoe de meest gangbare programma’s werken, hoe ik mijn digipen activeer en kabels controleer. Ik moet daarnaast vooral heel mediawijs zijn, zodat ik de kinderen mediawijs kan maken en essentiële gesprekken kan voeren over online gedrag, veilig surfen, privacy, auteurs- en portretrecht en handig zoeken. Maar bovenal wil ik gewoon van de kinderen leren en open staan voor dat wat hen bezighoudt in hun dagelijkse leven. En bij een groot deel van de kinderen speelt hun leven zich ook digitaal af. Zéker in de bovenbouw; de digitale gevoelige periode.

Deze tekst is eerder verschenen als column met de titel ‘Mijn digiknappe digimaatjes’ in Montessori Magazine 38-2.

Het jaar van de Leraar van het Jaar

Standaard
Image credit: Hery Zo Rakotondramana

Veel mensen hebben de laatste weken aan me gevraagd: ben je niet blij dat je drukke jaar er bijna op zit, als Leraar van het Jaar? Mijn antwoord is nooit een eenzijdig ja of nee. Dat ligt wat ingewikkelder. Mijn antwoord begint met: ja, maar…en dan komt er van alles wat ik ga missen. Of mijn antwoord begint met: nee, en…dan komt er een uitleg over dat de drukte volgend jaar niet voorbij zal zijn. Gelukkig maar, want ik ben van die onderwijsdrukte gaan houden.

Ja, ik ben wel blij dat ik 7 oktober het stokje over mag dragen aan een volgende Leraar van het Jaar. Ten eerste omdat ik mijn ervaringen dit jaar zo fantastisch vond dat ik dit zoveel andere leraren met passie óók gun. Ten tweede omdat ik het niet altijd leuk vond om in de schijnwerpers van de pers te staan. Ik houd me liever niet bezig met de journalistieke vraag ‘waarom ik de beste leraar ben’ (ze begrijpen het altijd verkeerd). Ik vind het niet zo fijn als er een camera op mijn neus staat en ik zowel op mijn houding, als mijn blik als mijn getelde woorden moet letten. Ik houd er niet van om gemaakt te lachen en te lang in ongemakkelijke houdingen te moeten zitten omdat de fotograaf nóg niet tevreden is. Ik wil gewoon over onderwijsinhoud praten en het poseren overlaten aan mensen die dáár dan weer talent voor hebben.

Dus wat ik in elk geval niet zal missen is de media-aandacht op die manier. Maar ik moet zeggen dat ik op dat gebied wel veel geleerd heb en ik het ook niet had willen missen. Niet dat ik nu in een keer wél fotogeniek ben natuurlijk. Maar wel dat ik zonder trillende stem of klamme handen gewoon durf te praten in een camera. En omdat het altijd kort korter kortst moet – dat wat je moet zeggen (‘graag even jouw visie op onderwijs in 80 woorden’… Eh, wát!?) – leer je te komen tot de essentie van datgene waar je voor staat als leraar. En dat maakt je krachtig. Je visie helder hebben is noodzakelijk om je dagelijkse onderwijskeuzes goed te kunnen maken. Je visie helder hebben is ook een voorwaarde om te kunnen kiezen in alle aanvragen die je krijgt als Leraar van het Jaar. Mijn pijlers Passie & Professionaliteit hebben ervoor gezorgd dat ik de aanvragen langs die ‘meetlat’ kon leggen om te bepalen of ze waardevol genoeg waren om erop in te gaan, of het de tijdsinvestering waard was. Je moet zo letten op je tijd, je energie. Alhoewel ik moet bekennen dat ik nog nooit zoveel energie heb gehad als afgelopen schooljaar. Ik vond alles zo geweldig en leerzaam en ik heb zoveel mensen met passie ontmoet, dat gáf me vrijwel altijd energie.

Wat ik dan wél zal missen, zijn de inhoudelijke aanvragen: een mooi diepte-interview, een interessante paneldiscussie, pitchen voor de minister of lunchen met de staatssecretaris. Maar Leraren van het Jaar zijn niet klaar na hun jaar van roem. Ze zitten verenigd in de LerarenKamer en zijn te benaderen voor o.a. adviezen, lezingen, workshops, Lessen in Passie en hulp aan starters. Het ministerie van OC&W weet ons steeds beter te vinden, waardoor we de stem van leraren daar vaker kunnen laten horen. Dus ik word wellicht niet meer uitgenodigd om te lunchen met de staatssecretaris, maar dan nodigt de LerarenKamer hém gewoon uit om te lunchen met óns.

Mijn werkzaamheden en mooie ontmoetingen gaan volgend jaar gelukkig gewoon door. Ik zal wat minder geleefd worden, de druk is er van af, die zullen de volgende Leraren van het Jaar wat meer gaan voelen. Maar ik blijf wel bezig. Op de planning staan alweer prachtige dingen zoals het organiseren van het Starterscafé, een workshop differentiëren, een lezing over het digiknappe kind, een Les in Passie en een workshop sociale media op het Europees Montessori Congres in Lublin. Genoeg moois! En dat allemaal naast het lesgeven aan het jonge kind. Jaren ervaring met het oudere kind. Nu op naar de middenbouw. Heerlijk: weer een nieuw schooljaar waarin ik veel mag leren!

Op Leraar24 staat mijn portret, waarin ik onder andere terugblik op dit afgelopen prachtige en avontuurlijke schooljaar.

Goed, beter, best?

Standaard
Image credit: Keoni Cabral

Toen de Onderwijscoöperatie mij belde om te vertellen dat ik genomineerd was voor Leraar van het Jaar, was ik verrast. En met mij vele anderen. Gelukkig niet zozeer omdat ik het nomineren niet waard zou zijn, maar omdat maar weinig leraren weten van het bestaan van de verkiezing. En dat is toch wel zonde, want het is een mooi initiatief. Menig interviewer stelde ons* de afgelopen tijd echter de vraag: “Hoe is dat nou om de beste leraar van Nederland te zijn?”. Tja, dan heb je niet begrepen waar de verkiezing om draait. Ons antwoord is dan ook steevast: “Ik ben niet de beste leraar.”

Het zou wat zijn als dat wél de intentie zou zijn van de verkiezing. Als er gestemd kon worden door iedereen in plaats van een zorgvuldig aangestelde vakjury. Als het ging om de meeste hits op een Facebookpagina. Dan had ik vriendelijk bedankt. Dan zit ik als leraar middenin allerlei rankings. Rankings waar ik nu juist zo tegen ben, omdat deze veelal voorbij gaan aan de werkelijke onderwijsinhoud en de betekenisvolle interactie tussen leraar en leerling. Het is bovendien onmogelijk om te bepalen wie de beste zou zijn, niet in de laatste plaats omdat er maar een klein deel van onze beroepsgroep überhaupt door ouders, collega’s of leerlingen genomineerd wordt. Daarnaast impliceert het label ‘de beste’ dat het leraarschap objectief gemeten kan worden waardoor er een automatische Cito-score uit rolt van 550. Maar ons vak is bij uitstek niet te meten op die manier. Het draait niet alleen om opbrengsten en af te vinken competenties. Het draait om het bewuste, vakkundige, verantwoord handelen, vanuit mijn eigen persoon en mens-zijn en in relatie met mijn leerlingen uit wie ik het mooiste naar boven probeer te halen.

Waar draait het dan wél om bij de verkiezing tot Leraar van het Jaar? Het draait om een goede leraar. Een leraar die een inspiratiebron kan zijn voor anderen. Maar ook een leraar die zich juist láát inspireren door anderen. Want na je verkiezing ben je wel een jaar lang ambassadeur voor het onderwijs, die de taak krijgt toebedeeld om namens onze beroepsgroep onze stem te laten horen. Die luistert naar de zorgen en deze deelt met de politiek. Die zich laat inspireren en goede ideeën verder helpt te verspreiden. En die zelf ook een stem heeft die zij mag, wil en durft te laten klinken.

De verkiezing draagt ook bij aan de aandacht die onze beroepsgroep verdient. Leraren werken hard. We hebben een prachtbaan, maar blijft een enorme uitdaging, elke dag weer. En om ons vak met passie uit te blijven voeren, kunnen we af en toe wel een steun in de rug gebruiken. Maar we hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid om ons te laten horen als we vinden dat het anders moet. De verantwoordelijkheid om goede argumenten te kunnen aandragen voor dat wat dan anders zou moeten. En daarmee dus ook de verantwoordelijkheid om onze kennis op peil te houden en die mening gegrond te kunnen verkondigen. En dan mogen we best vaker onze stem laten horen, bescheiden mensen als leraren zijn.

Hoe klinkt mijn stem dan? Ik roep: ga voor passie en professionaliteit! Want ook al gaat het bij de verkiezing niet om de beste leraar, het gaat wel om goede leraren. Professionals met passie. Want ik geloof dat passie voor je vak onmisbaar is bij het worden van een betere professional. Van goed naar beter. Niet naar best. Want dan zou ik klaar zijn. En dat ben ik gelukkig nooit…

* Tevens Leraren van het Jaar 2014: Joke Lorist (SO), Marloes van der Meer (MBO) en Jasper Rijpma (VO).

Deze column is eerder gepubliceerd in tijdschrift De Nieuwe Leraar, #2, 2014-2015.

Gezocht en gevonden: mezelf!

Standaard
Image credit: Andrea Schaffer

Het is alweer ruim tien jaar geleden dat ik besloot dat het allemaal even anders moest. Twee studies achter de rug, veel te hard gewerkt, relatie op de klippen. Ik wilde alleen nog maar weg van het leven dat ik leidde. Toen ik aankondigde dat ik in mijn eentje naar Nieuw-Zeeland zou gaan om daar drie maanden te verblijven, waren de reacties verschillend. Van volledig begrip naar uiterste verbazing, van jaloezie naar spot: waarom moet je helemaal naar het andere eind van de wereld om naar jezelf op zoek te gaan?

Naar mezelf op zoek gaan? Dat was ik niet van plan. Ik wist niet eens wat er te vinden zou zijn. Ik wist wel dat ik mijzelf een béétje kwijt was. Voor zover je dat eigenlijk kunt weten. Want ben je niet altijd wie je bent? Er is toch maar één ik? Maar het liep niet in mijn leven. Het gevoel geleefd te worden in plaats van zelf de keuzes te maken die voor mij werkelijk van belang waren. En als ik daarvan af wilde, wist ik in elk geval één ding: ik wil afstand van mijn dagelijkse leven, ik wil even geen contact, ik wil rust. En dat vond ik in Nieuw-Zeeland. Ik wist niet wat ik zocht, maar ik vond er van alles. En die maanden werden de start van een enorme groei die ik de afgelopen tien jaar heb doorgemaakt en waar ik enorm dankbaar voor ben.

Afgelopen schooljaar ben ik ook als onderwijsmens weer flink gegroeid, met name in zelfvertrouwen. Als Leraar van het Jaar word je namelijk toch weer een beetje geleefd en continu gevraagd voor mooie uitdagingen. Je wordt geacht voortdurend je mening te verwoorden, actie te ondernemen, jezelf te laten zien, de stem van de beroepsgroep te laten horen en tegengas te geven. In de herfst was ik nog zoekende in hoe ik dat wilde vormgeven, of ik het kon, wat ik allemaal durfde. Nu, aan het einde van de lente, sta ik volop in bloei: wat een prachtkans heb ik gekregen. Een kans die ik met beide handen heb gepakt en aangegrepen om mezelf weer verder te ontwikkelen. Het resultaat is een rotsvast vertrouwen in mezelf en dat betekent dat ik ontzettend gelukkig ben.

Alsof ik het toch nog even allemaal wilde bewijzen aan mezelf, heb ik onvoorbereid op het podium gestaan van Inspiration Shot. Onvoorbereid. Absoluut niet des Femkes. Maar het was heerlijk.

Inspiratie gezocht!

Standaard
Image credit: Delaina Haslam

Ik heb even geen inspiratie. Soms heb ik dat. Dan ben ik zo ontzettend druk, dat er even helemaal niets meer komt. Dan kan ik eigenlijk alleen nog maar voor me uit staren en afwachten. Of toch iets doen, zoals een rondje wandelen. Buitenlucht doet wonderen. Een cliché, maar die zijn vaak waar.

Even stilstaan en staren is eigenlijk heel erg goed voor mij. Want momenteel is daar weinig ruimte voor. Ik was al leerkracht en ICT-coördinator op Montessori Nijmegen, en werk daarnaast als montessorispecialist en trainer bij AVE.IK. Toen werd ik Leraar van het Jaar en stond mijn banenteller op drie. Vier eigenlijk, want ik schrijf ook voor magazines en mijzelf. Nee, vijf! Want ik ben in de eerste plaats moeder van twee zoons van 3 en 5, en ook het moederschap telt mee als baan.

Mensen vinden het soms moeilijk om te begrijpen hoe ik dit allemaal volhoud. En er zijn momenten dat ik mijzelf dat ook afvraag. Momenten waarop ik geen inspiratie heb en alleen maar kan staren. Maar op de momenten dat ik druk in de weer ben met al die banen, gaat het als vanzelf. Door uitdagende dingen te doen, houd ik mijn focus. Door prachtige ontmoetingen en gesprekken te hebben, raak ik geïnspireerd. Door dagelijks met onderwijs bezig te zijn, voel ik mijn passie. En als je gepassioneerd bent, heb je energie voor tien. Energie dus, voor vijf banen.

Mijn meest bijzondere baan is momenteel het ambassadeurschap voor het PO. Als Leraar van het Jaar heb ik de prachtige kans om de stem van onze beroepsgroep te laten horen, onder andere bij het Ministerie van OC&W. Dat betekent bijvoorbeeld dat ik mag pitchen voor Jet Bussemaker over de ideale begeleiding van de startende leraar en dat ik Sander Dekker aan de tand mag voelen over zijn stokpaardje #onderwijs2032. Het betekent ook dat ik op conferenties waar vaak OVER leraren en ons vak gesproken wordt, ik de microfoon pak om als leraar toch vooral even te zorgen voor de nodige reality-check. Hoezo heb jij 34 kinderen in de groep? De gemiddelde groepsgrootte in Nederland is toch maar 25? Hoezo hebben jullie geen RT’er in huis? Dat moet toch zeker standaard zo zijn in verband met Passender Onderwijs?

Er is veel onwetendheid bij mensen die dagelijks over onderwijs praten. Omdat ze – hoe betrokken ze ook zijn en hoe goed bedoeld de plannen ook zijn – toch nooit in de klas hebben gestaan. De werkelijke en essentiële ervaring missen van ons prachtvak. En dan zie ik het als mijn taak om te benadrukken dat we ons onderwijs alleen maar mooier en beter kunnen maken als we meer ruimte krijgen. Ruimte voor onszelf. Om ons op te laden. Om te spreken met elkaar. Om de permanente onderwijsdialoog te kunnen voeren. Om onszelf te kunnen scholen en scherp te houden. Om onze passie te blijven voelen.

Zo. Inspiratie gevonden! Ben ik toch nog geïnspireerd geraakt. Hopelijk jullie ook. Ik heb in ieder geval mijzelf geïnspireerd. En dát kunnen, is het belangrijkste.

Deze tekst is eerder als column verschenen in Montessori Magazine, 38-3

A call for a happy leader

Standaard
Image credit: Takashi Hososhima

The happy teacher, that’s what it’s all about. Feel passionate about your job, discover your talents and know how to inspire others. What makes you proud? Show yourself!

Open the doors of your classroom and invite parents and colleagues. Show them who you are, what drives you and what you find important in your work. You reflected on your classroom practice, you are aware of your choices. But also try to be open to feedback. Don’t be afraid of critical questions, because they keep you focused. Welcome feedback that helps you in your professional development. Because your development is important. You want to see your students develop themselves, so set an example.

Do not only set an example, but also try to engage your students in your teaching practice. Work together to make education more personalised, stronger and more innovative. Give them a voice in the group process, in their own learning process, but also in your learning process. Give them space and time to learn, but moreover, allow yourself that space as well. Ask for feedback, so you know what steps to take the next day.

Follow your students, they often have the answer. Is there a moment of hesitation and you don’t know how to help your student along? Just ask! Students know so much, first of all about themselves, what drives them, what they need, their motivation, their learning styles. Is something wrong in your relation to the group? Tell your students how that makes you feel and let them know you really need them to be able to continue learning together. Be open and honest, be yourself and your students will help you.

Students are your mirror. Dare looking into it and you will grow. The learning teacher, the enjoying, happy teacher. You. That’s what it’s all about.

On the day that the jury of the Education Cooperative (Onderwijscoöperatie in Dutch) decided who should be Teacher of the Year 2014, the above was my statement. It is essentially about all educational leaders. Not only teachers, but also school leaders and school boards. When I think about my own leadership, leading my students, then this is the leader that I want to be:

the happy leader, who enjoys his profession;
the learning leader, who continues to develop himself;
the honest leader, who is open and himself;
the listening leader, who listens without a hidden agenda;
the observing leader, who looks without prejudice;
the supporting leader, who coaches and helps;
the encouraging leader, who supports and compliments;
the trusting leader, who provides the necessary space;
the steering leader, who helps to watch certain necessary boundaries.

If I want to grow as a teacher I need my school leader in a way a student needs his teacher.

I long to be seen. Just some attention in the hallway. Come and have a look in my classroom. Not because you feel it is your task to do so as a school leader, to observe me. No, just because you are curious about what I do with my students.

I also need to be heard. I want to tell you what’s on my mind, what worries me, but also let you know what drives me, what I am good at, what my powers and talents are, so you know this, and in order for me to have the opportunity to use these talents in our school.

And I would obviously like to be taken seriously. I would like to participate in school policy, deciding what makes our school ours. Because the school is of us all. We do it together, otherwise our mini-society is unstable.

I do realise that I am a teacher who feels an unlimited passion for her profession. That I am a teacher who is always looking to do better, how to develop professionally in such a way that I can really connect to my students and will be able to give them more space, to find their own powers and develop their talents. I realise that I am probably part of a certain minority. Those teachers who read a lot, talk and write about education, which makes them feel energetic. Those teachers who don’t even realise how many hours they work. Who continuously look for possibilities and new challenges, who actively and constructively participate in the discussion with their school leader to keep looking for a way to better education.

But I am convinced that we can reach more teachers. They, too, can be open to change and willing to go for it. But you have to give them the trust they need and the time and space they need for their passion, their powers and talents. And also give them time to develop professionally and be able to adjust to new situations. To cope with certain structures or demands; things that are sometimes inevitable in a school organisation. But then make sure – to end with one of the principles of my heroine Maria Montessori –that you provide freedom, freedom within those necessary structures and boundaries.

This was my story at the NIVOZ conference ‘Leadership in Education’, September 24th, 2014.